maandag 21 november 2022

DWDD

Ik ken de feiten niet en heb alles van horen zeggen, en toch heb ik er een mening over. Ik heb namelijk jarenlang naar DWDD gekeken. Ik was altijd onder de indruk van de intensiteit waarmee MvN het programma presenteerde. Dag in, dag uit; jaar in, jaar uit. De man leek onvermoeibaar, onverstoorbaar, een bron van inspiratie voor vele volgers.

Ik was echter niet zo naïef om te veronderstellen dat het er net zo gezellig aan toeging wanneer de camera’s niet draaiden. Ik weet namelijk dat iemand die onder hoogspanning moet presteren, van zijn medewerkers dezelfde topprestatie eist. Hij verwacht dat iedereen doet wat hij zegt, ongeacht hoe hij het zegt, en als iemand loopt te klooien, dan kan die persoon een stevige uitbrander verwachten, bij voorkeur en plain publique, zodat de andere lapzwansers weten wat hen te wachten staat. Zo gaat het er aan toe wanneer een chirurg iemands leven probeert te redden. Wanneer een sergeant zijn soldaten het gevecht instuurt, een coach zijn atleten wil inspireren, of een vader de auto voor de vakantie wil inpakken. Zo zit de mens nou eenmaal in elkaar.

Ik hoor mijn lezers nu denken: maar Paul, je kan toch ook aardig zijn terwijl je zo’n topprestatie levert? Nou, meestal niet dus. Mensen die aan de top staan, staan daar niet voor niets. Dat heeft met karakter te maken, en als je dat karakter verandert, dan willen ze waarschijnlijk helemaal niet meer de top bereiken. En iemands karakter veranderen? Good luck with that.

Waar ik eigenlijk vooral moeite mee heb, is de slachtoffercultuur van tegenwoordig. De lijntjes waarbinnen wij onze emoties mogen uiten, zijn door tien nieuwe geboden vastgelegd en eenieder die erbuiten kleurt, wordt als een ketter aan de schandpaal genageld. God is terug, en niet zo zuinig ook. En de slachtoffers mogen huilend hun verhaal doen. De media loopt met hen weg, want slachtoffers zijn hun handelswaar numero uno.

De moralisatie van deze tijd loopt de spuigaten uit. Hoe kunnen wij mensen zijn, als we niemand meer pijn kunnen doen? Sinds wanneer heeft een medaille nog maar één kant? Want zo is het natuurlijk wel. Liefde en haat, pijn en plezier, zonder de een niet de ander.

Maar als we zo doorgaan, kunnen we niets meer tegen elkaar zeggen, omdat elk woord als kwetsend kan worden ervaren. Mogen we niemand meer aanraken, omdat elke vinger als ongewenst kan worden gevoeld. En dat terwijl het nou juist zo helend voor ons mensen kan zijn om eens stevig de waarheid te horen of een ferme knuffel te krijgen.

 En dan nog dit. Als anderen mij gaan vertellen wat ik wel en niet mag voelen, en hoe ik mij wel en niet mag gedragen, dan leef ik in een dictatuur. Dan maakt het niet uit of deze van links of van rechts komt, of van boven - in alle gevallen wordt mij mijn vrijheid ontnomen. En daar wil ik bij deze ferm tegen protesteren.

Liever zou ik zien dat wij ons niet beter voordoen dan dat we zijn. Dat we accepteren dat wij wezens van plus en min zijn, dat we van elkaar kunnen houden en elkaar pijn kunnen doen. En dat we best een wat dikkere huid mogen kweken.  Want wie moet huilen van de drillsergeant, kan maar beter niet het leger ingaan. Waar gehakt wordt, vallen spaanders. Zachte heelmeester maken stinkende wonden. Zonder wrijving geen glans. Ik zie MvN deze gezegden al in sneltreinvaart op ons afvuren. Want wat wij er ook van mogen vinden: de wereld draait nog altijd doorrrrr.

 

 

Geen opmerkingen: