Het is niet gemakkelijk om partij te kiezen in Amerika. Bovendien, of je nou een republikeins of een democratisch hart hebt, je bent altijd de lul. Want één helft van het land zal het nooit met je eens zijn, ongeacht wie er president wordt. Hier een korte analyse van de opties.
Aan de rechter kant staan de jongens van de Republiek. Dit zijn de mensen die geloven in de vrijheid van het individu en het succes van de onderneming. In hun ogen is een succesvolle Amerikaan iemand die zichzelf vanuit een penibele situatie omhoog werkt door er keihard voor te knokken, bij voorkeur met een eigen buisness. De overheid moet dit zoveel mogelijk faciliteren en zo min mogelijk tegenwerken. Concreet betekent dat lage belastingen en weinig regels. Liberalisme ten top dus.
(Dat deze filosofie de afgelopen acht jaar is misbruikt door de stinkend rijke oliebaronnen in Washington, met als enig doel de bescherming van hun eigen belangen, dat even terzijde. Macht wordt immers altijd misbruikt en in een kapitalistisch systeem ligt het voor de hand dat de rijken het voor het zeggen hebben.)
Maar de republikeinen vertegenwoordigen tevens een zwaar conservatief, Christelijk blok. En dat wringt. Ik vind mensen die op grond van een dubieuze moraliteit tegen een heleboel dingen zijn, of het nou abortus, euthanasie of homosexualiteit is, nogal eng. Zeker wanneer ze in de naam van God het morele recht op de indiviuele vrijheid claimen. Van zulke mensen mag je vrij zijn, maar alleen op hùn manier. Vraag maar eens aan de inwoners van de Gazastrook hoe dat voelt.
De Republikeinse partij is dus als een slecht huwelijk van de VVD en de SGP. Neuken met een kuisheidsgordel. Nog ingewikkelder wordt het wanneer je je realiseert dat de republikeinen van oorsprong de partij van de arbeiders is. De VVD-SGP tandem krijgt er een PvdA wiel bij. Het wordt steeds onwaarschijnlijker.
Het is overigens niet zo gek dat een groot deel van de laagbetaalde werkers op Bush heeft gestemd. Immers, het laatste wat je wil is een regering die de Amerikaanse droom van succes, hoe ver ook verwijderd van de dagelijkse realiteit van deze mensen, met overheidsregulatie en collectieve premies om zeep helpt. Want wat heeft het dan nog voor zin om uit het dal te klimmen?
Overheidsregulatie en vrijheidsbeperking, dat is het stigma waarvan de Democratische partij maar niet kan verlost kan worden. En dat terwijl hun opvattingen helemaal niet stoelen op overheidsbemoeienis of belastingverhogingen. Democraten geloven in een wereld waarin individuele verschillen niet leiden tot een oneerlijke verdeling van rijkdom en macht maar tot een betere samenleving. En sommige individuen hebben nu eenmaal wat sturing nodig.
Maar een droom over een perfecte wereld krijg je meestal terug als een dolk in je rug. Hoe mooi idealen ook zijn, uiteindelijk zullen ze altijd de vrijheid van het individu beperken. Zo is goede gezondheidszorg voor iedereen een fraai beginsel, maar is het nou echt de verantwoordelijkheid van de staat? Je dient immers eerst en vooral zelf voor je gezondheid te zorgen. Bovendien beperkt een opgelegd stelsel de keuzes die je kunt maken. En het wordt al helemaal een heikel punt wanneer we er met z’n allen voor moeten gaan betalen. Dergelijke maatschappelijke solidariteit heeft volgens velen geen plek meer in onze kille kapitalistische wereld. Er zullen in ieder geval weinig mensen op stemmen.
Er is maar één brandstof voor idealisme en dat is hoop. Het heeft imers weinig zin om in iets te geloven wanneer je geen hoop hebt dat het ook bewaarheid kan worden. Hoe onrealistisch hetgene waarin je gelooft ook is. De Democraten hebben dus iemand nodig die hen en de rest van het land weer een beetje geloof in de toekomst geeft.
Zo iemand is Barack Obama. Ik was diep onder de indruk van zijn vijfenveertig minuten durende speech (de video’s staan nog op CNN). Eén van zijn sterke argumenten vond ik de opmerking dat het geen probleem moet zijn dat mensen verschillende standpunten hebben over zaken als abortus, euthanasie en homosexualiteit. Zolang je maar streeft naar een maatschappij waarin mensen samen kunnen leven zonder dat ze hun standpunten te hoeven verloochenen. Een écht vrije wereld dus, eentje waarin iedereen mag denken wat hij wil zonder het respect van een ander te verliezen.
Dit zuivere en o zo eenvoudige ideaal zul je bij een republikein niet snel aantreffen. Alleen al daarom zou mijn stem naar de Democraten gaan. Al het andere geneuzel, over ervaring en verstand, over retoriek en eenvoud, over leeftijd en geloof, is secundair geouwehoer, in het leven geroepen om ons bezig te houden tot aan de dag van de verkiezingen.
Het gaat nog een mooie strijd worden tussen angst voor het nieuwe en hoop op beter. En hoe beter zou die strijd belichaamd kunnen worden dan door een 71-jarige veteraan en een begenadigde halfbloed? Het zal er om gaan spannen!
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten