dinsdag 19 augustus 2008

Erika

Had ik net een bijtende satire over de kwakkelende economie geschreven (die heus niet zo kwakkelt als dat men u wilt doen geloven), valt mijn oog op het medailleklassement van de Olympische Spelen. Er is daar iets vreemds gaande. Ik geef u de stand van zaken.

‘We’ hebben drie gouden plakken: eentje voor een vrouwenroeiboot, eentje voor een wielrenster en eentje voor de zwemsters.

‘We’ hebben vijf keer zilver: een vrouwelijke judoka, de damesachtboot, twee zeilboten met vrouwen aan boord en de dressuurploeg (twee vrouwen en, warempel, een man).

Tenslotte nog vier bronzen medailles: twee vrouwen en twee mannen met ippon en wasari.

Ik vraag u: waar zijn de Nederlandse mannen gebleven? Zijn wij nou zo slecht, of zijn onze vrouwen nou zo goed? Waar de Nederlandse vrouw als echte Foekje Dillema’s hun atletische bouw koppelen aan stug doorzettingsvermogen en mentale hardheid, verzandt de Nederlandse man in slappe excuses en een gebrek aan vorm. Alsof ze roze poloshirts dragen in plaats van oranje.

En het is niet zomaar een verschil. Het contrast tussen Vos en Bos deed me pijn aan m’n ogen. Waar Marcelien en Lobke (wie zo’n naam bedenkt verdient een medaille) volharding toonden, faalden de gebroeders Coster hopeloos. Om over de roeiers nog maar te zwijgen; zelden zo’n genante voorstelling gezien als die van de mannen-vier-met-wier. De waterpolosters verslaan wereldkampioen Italië in een heroïsch gevecht (terwijl ik dit schrijf maken ze overigens gehakt van de Hongaren) maar de voetballers laten het voor de zoveelste keer afweten. Om over de strandballers nog maar te zwijgen. Dit zijn de mannen die 's ochtends langer voor de spiegel staan dan hun egaa's. Het laatste restje trots wordt er met Nivea for men afgesmeerd.

Het lijkt erop dat de Nederlandse man niet weet wanneer hij moet pieken. Dit in tegenstelling tot de gemiddelde Chinees, Amerikaan, of Australiër. De Nederlandse mannen zijn vooral sterk in het winnen van wereldtitels in de zogenaamde tussenolympische jaren. Dus wel scoren in een oefenpotje maar niet thuis geven wanneer het er echt om gaat. Dat verklaart meteen ons laag geboortecijfer.

Een sprekend feit is dat van alle mannen alleen pinguin Pieter zijn persoonlijke record wist te verbeteren. En laat Pieter nou toevallig een van de weinige mannen zijn die in de afgelopen jaren vrijwel niets heeft gepresteerd. Kijk hier, de sleutel tot succes.

Er is misschien nog een tweede faktor die meespeelt. Wij mannen hebben immers een lokkertje nodig om te presteren. Een bonus op het werk, lingerie in bed, ik noem maar wat. In het geval van onze sporters valt mijn oog dan op het boegbeeld van onze Olympische ploeg.

Erika Terpstra.

Met alle respect, zij is nou niet bepaald wat je noemt een lekker ding. Hoe zou je je voelen, als man, als je weet dat je na het winnen van een medaille een lekkere knuffel van Erika kan verwachten? Ik zou wel twee keer nadenken voordat ik die eindsprint inzet.

Het moge duidelijk zijn dat er wat moet gebeuren, willen we over vier jaar in Londen niet eenzelfde debacle ervaren. Mijn voorstel is tweeledig. Ten eerste dient het selektiebeleid radicaal omgegooid te worden. We moeten alleen nog sporters selecteren die in de tussenolympische jaren redelijk maar niet overdreven goed hebben gepresteerd. Mannen die te veel wereldtitels hebben gehaald, mogen thuis blijven. Zij zijn bij voorbaat kansloos. Te vroeg gepiekt. Atleten als Youri van Gelder en Rens Blom daarentegen zijn meer dan welkom, zij hebben immers voldoende vormverlies getoond.

Het tweede punt zal zijn: stuur Erika met pensioen. Giet haar in brons en plant haar op een sokkel in het centrum van Wageningen. Doet het vast leuk naast de bronzen penis die ze daar al hebben. Wat we nodig hebben, is een nieuw boegbeeld. Eentje waarvoor onze mannen door het vuur willen gaan.

Een voor de hand liggende keuze is prinses Maxima, maar iemand zal toch op de kinderen moeten passen. Andere serieuze kandidaten zijn Inge Dekker en Leontien van Moorsel, ex-sporters met een hoge amusementswaarde. En als niemand wil, dan kunnen we altijd Johan nog vragen. Succes gegarandeerd.

Geen opmerkingen: