Een storm aan spoeddebatten over opgeblazen incidenten teistert de politiek als de orkaan Ike Cuba. Ongekende volksverlakkerij van de media, vergelijkbaar met het feest der indoctrinaties rond de Amerikaanse presidentsverkiezingen, heeft ook in Nederland stevige voeten aan de grond. De krant die zich hier bij uitstek voor leent, heet De Telegraaf. De spreekbuis van rechts Nederland, dagelijks koren op de molen van de PVV, de Partij van de VolksVerlakkerij.
Heeft u het filmpje in kwestie al gezien? Hier staat ie nog.
Een lange slungel op een brommer krijgt klappen van twee allochtone jochies, die waarschijnlijk stoer willen doen voor een fraaie verzameling autochtoon gajes, matjes in de nek, die lachend toe staat te kijken. Je vraagt je af wat die jongen daar in vredesnaam te zoeken had.
Maar wat kopt De Telegraaf de volgende ochtend? “DEN HAAG WORDT GETERRORISEERD DOOR MAROKKAANSE UKKIES,” in die grote vette letters van ze. Dat één van de jongens van Algerijnse afkomst is, zien we gemakshalve maar even door de vingers.
En wie roept er de volgende dag in de Tweede kamer op hoge poten de minister op het matje? Juist, een van de idioten van de partij van Geertje Wilders. Wat hun betreft gooien we de ouders van deze kinderen ook maar meteen de cel in, of, als dat niet helpt, deporteren we het hele gezin het land uit. Dat mensen rechten hebben, ach ja, whatever.
Ik vind het ronduit beschamend dat een politicus dergelijke volstrekte flauwekul durft te verkondigen en nog triester dat de minister van Justitie hierop moet reageren. Als ik de minister was, zou ik wel weten. De hele PVV de cel in vanwege schending van de grondwet.
Het is overigens niet netjes van die jochies. En natuurlijk zijn er genoeg gevallen bekend van Marokkaanse ventjes die op brute manieren Nederlandse burgers lastig vallen. Laatst nog werd de zes maanden oude dochter van een vriend van me voor hoer uitgemaakt. Na wederwoord (“je moeder ook”) kreeg de vader klappen. Zoiets is nooit goed te praten.
Maar is het een nieuw fenomeen? Toen ik het filmpje zag, moest ik denken aan mijn jeugd in het Limburgse dorp Eijsden. Daar hadden we ook van dat soort veldjes. Eentje heette zelfs ‘het Veldje’ en daar moest je niet komen als je niet uit die buurt kwam, tenzij je op zoek was naar een bloedneus en een blauw oog. Ondertussen terroriseerde de bende van Johnny Roeshj onze wijk en dan waren er nog de drie zonen van het gezin Eikelenboom, die te dom waren om hun eigen reet af te vegen en het daarom maar bij anderen probeerden.
Het is dus niks nieuws, zo bevestigd ook een cultuurpsycholoog van de Radboud Universiteit, in een andere krant. Rotzooi wordt getrapt door de achtergestelde jochies, de mennekes uit het laagste sociale milieu, de prepuberale rukkers die roken nog voordat ze schaamhaar hebben. Dat is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven. Soms zijn dat jongens van Noord-Afrikaanse afkomst. In Rotterdam zijn het vaker Antilliaanse pubers, in Nijmegen waarschijnlijk de aso’s uit de Wolfskuil. Maar daar hoor je Geertje Wilders niet over. Die heeft te druk met z’n hetze tegen de Islam.
En het was deze week niet de eerste keer dat de PVV een spoeddebat sommeerde. Al eerder had de minister zijn mening moeten geven over een of andere advocaat, u raadt het al, een orthodoxe islamiet, die geen zin had om op te staan toen de rechter binnenwandelde. Ik snap best dat zoiets niet netjes is en ik wil er ook nog wel aan dat zoiets door de orde der advocaten recht moet worden getrokken. Maar het ontgaat mij volledig waarom de politiek, tot aan de minister toe, zich hiermee moet bemoeien. Alsof de PVV meent dat er niets beters te doen is.
De partij van Wilders zorgt op deze manier voor een ontwrichting van onze democratie. Kleine incidenten worden opgeblazen tot zaken van nationaal belang. Kostbare tijd en energie gaat verloren aan zinloze kamerdebatten met als enig resultaat dat de burger de politiek niet meer serieus neemt (voor zover dat al het geval was).
Ach ja, zult u misschien zeggen, wat maakt het ook uit. Niet zoveel, geef ik toe, zolang we in vredestijd leven. Maar als het ooit tot een religieuze oorlog komt, dan wordt het een heel ander verhaal. In zulke tijden is het volk gemakkelijk op te hitsen door nationaal populisme en als het eenmaal een gemeenschappelijke vijand heeft gevonden, dan maakt het die zonder pardon af. Vergis u niet. Wilders staat slechts één stap af van iemand als Radovan Karadzic, en die ene stap is soms zo gemaakt. We kunnen er dus maar beter voor zorgen dat we de mond van het rechtse nationaalpopulisme in onze politiek voortijdig snoeren.
vrijdag 12 september 2008
maandag 1 september 2008
God bless America
Het is niet gemakkelijk om partij te kiezen in Amerika. Bovendien, of je nou een republikeins of een democratisch hart hebt, je bent altijd de lul. Want één helft van het land zal het nooit met je eens zijn, ongeacht wie er president wordt. Hier een korte analyse van de opties.
Aan de rechter kant staan de jongens van de Republiek. Dit zijn de mensen die geloven in de vrijheid van het individu en het succes van de onderneming. In hun ogen is een succesvolle Amerikaan iemand die zichzelf vanuit een penibele situatie omhoog werkt door er keihard voor te knokken, bij voorkeur met een eigen buisness. De overheid moet dit zoveel mogelijk faciliteren en zo min mogelijk tegenwerken. Concreet betekent dat lage belastingen en weinig regels. Liberalisme ten top dus.
(Dat deze filosofie de afgelopen acht jaar is misbruikt door de stinkend rijke oliebaronnen in Washington, met als enig doel de bescherming van hun eigen belangen, dat even terzijde. Macht wordt immers altijd misbruikt en in een kapitalistisch systeem ligt het voor de hand dat de rijken het voor het zeggen hebben.)
Maar de republikeinen vertegenwoordigen tevens een zwaar conservatief, Christelijk blok. En dat wringt. Ik vind mensen die op grond van een dubieuze moraliteit tegen een heleboel dingen zijn, of het nou abortus, euthanasie of homosexualiteit is, nogal eng. Zeker wanneer ze in de naam van God het morele recht op de indiviuele vrijheid claimen. Van zulke mensen mag je vrij zijn, maar alleen op hùn manier. Vraag maar eens aan de inwoners van de Gazastrook hoe dat voelt.
De Republikeinse partij is dus als een slecht huwelijk van de VVD en de SGP. Neuken met een kuisheidsgordel. Nog ingewikkelder wordt het wanneer je je realiseert dat de republikeinen van oorsprong de partij van de arbeiders is. De VVD-SGP tandem krijgt er een PvdA wiel bij. Het wordt steeds onwaarschijnlijker.
Het is overigens niet zo gek dat een groot deel van de laagbetaalde werkers op Bush heeft gestemd. Immers, het laatste wat je wil is een regering die de Amerikaanse droom van succes, hoe ver ook verwijderd van de dagelijkse realiteit van deze mensen, met overheidsregulatie en collectieve premies om zeep helpt. Want wat heeft het dan nog voor zin om uit het dal te klimmen?
Overheidsregulatie en vrijheidsbeperking, dat is het stigma waarvan de Democratische partij maar niet kan verlost kan worden. En dat terwijl hun opvattingen helemaal niet stoelen op overheidsbemoeienis of belastingverhogingen. Democraten geloven in een wereld waarin individuele verschillen niet leiden tot een oneerlijke verdeling van rijkdom en macht maar tot een betere samenleving. En sommige individuen hebben nu eenmaal wat sturing nodig.
Maar een droom over een perfecte wereld krijg je meestal terug als een dolk in je rug. Hoe mooi idealen ook zijn, uiteindelijk zullen ze altijd de vrijheid van het individu beperken. Zo is goede gezondheidszorg voor iedereen een fraai beginsel, maar is het nou echt de verantwoordelijkheid van de staat? Je dient immers eerst en vooral zelf voor je gezondheid te zorgen. Bovendien beperkt een opgelegd stelsel de keuzes die je kunt maken. En het wordt al helemaal een heikel punt wanneer we er met z’n allen voor moeten gaan betalen. Dergelijke maatschappelijke solidariteit heeft volgens velen geen plek meer in onze kille kapitalistische wereld. Er zullen in ieder geval weinig mensen op stemmen.
Er is maar één brandstof voor idealisme en dat is hoop. Het heeft imers weinig zin om in iets te geloven wanneer je geen hoop hebt dat het ook bewaarheid kan worden. Hoe onrealistisch hetgene waarin je gelooft ook is. De Democraten hebben dus iemand nodig die hen en de rest van het land weer een beetje geloof in de toekomst geeft.
Zo iemand is Barack Obama. Ik was diep onder de indruk van zijn vijfenveertig minuten durende speech (de video’s staan nog op CNN). Eén van zijn sterke argumenten vond ik de opmerking dat het geen probleem moet zijn dat mensen verschillende standpunten hebben over zaken als abortus, euthanasie en homosexualiteit. Zolang je maar streeft naar een maatschappij waarin mensen samen kunnen leven zonder dat ze hun standpunten te hoeven verloochenen. Een écht vrije wereld dus, eentje waarin iedereen mag denken wat hij wil zonder het respect van een ander te verliezen.
Dit zuivere en o zo eenvoudige ideaal zul je bij een republikein niet snel aantreffen. Alleen al daarom zou mijn stem naar de Democraten gaan. Al het andere geneuzel, over ervaring en verstand, over retoriek en eenvoud, over leeftijd en geloof, is secundair geouwehoer, in het leven geroepen om ons bezig te houden tot aan de dag van de verkiezingen.
Het gaat nog een mooie strijd worden tussen angst voor het nieuwe en hoop op beter. En hoe beter zou die strijd belichaamd kunnen worden dan door een 71-jarige veteraan en een begenadigde halfbloed? Het zal er om gaan spannen!
Aan de rechter kant staan de jongens van de Republiek. Dit zijn de mensen die geloven in de vrijheid van het individu en het succes van de onderneming. In hun ogen is een succesvolle Amerikaan iemand die zichzelf vanuit een penibele situatie omhoog werkt door er keihard voor te knokken, bij voorkeur met een eigen buisness. De overheid moet dit zoveel mogelijk faciliteren en zo min mogelijk tegenwerken. Concreet betekent dat lage belastingen en weinig regels. Liberalisme ten top dus.
(Dat deze filosofie de afgelopen acht jaar is misbruikt door de stinkend rijke oliebaronnen in Washington, met als enig doel de bescherming van hun eigen belangen, dat even terzijde. Macht wordt immers altijd misbruikt en in een kapitalistisch systeem ligt het voor de hand dat de rijken het voor het zeggen hebben.)
Maar de republikeinen vertegenwoordigen tevens een zwaar conservatief, Christelijk blok. En dat wringt. Ik vind mensen die op grond van een dubieuze moraliteit tegen een heleboel dingen zijn, of het nou abortus, euthanasie of homosexualiteit is, nogal eng. Zeker wanneer ze in de naam van God het morele recht op de indiviuele vrijheid claimen. Van zulke mensen mag je vrij zijn, maar alleen op hùn manier. Vraag maar eens aan de inwoners van de Gazastrook hoe dat voelt.
De Republikeinse partij is dus als een slecht huwelijk van de VVD en de SGP. Neuken met een kuisheidsgordel. Nog ingewikkelder wordt het wanneer je je realiseert dat de republikeinen van oorsprong de partij van de arbeiders is. De VVD-SGP tandem krijgt er een PvdA wiel bij. Het wordt steeds onwaarschijnlijker.
Het is overigens niet zo gek dat een groot deel van de laagbetaalde werkers op Bush heeft gestemd. Immers, het laatste wat je wil is een regering die de Amerikaanse droom van succes, hoe ver ook verwijderd van de dagelijkse realiteit van deze mensen, met overheidsregulatie en collectieve premies om zeep helpt. Want wat heeft het dan nog voor zin om uit het dal te klimmen?
Overheidsregulatie en vrijheidsbeperking, dat is het stigma waarvan de Democratische partij maar niet kan verlost kan worden. En dat terwijl hun opvattingen helemaal niet stoelen op overheidsbemoeienis of belastingverhogingen. Democraten geloven in een wereld waarin individuele verschillen niet leiden tot een oneerlijke verdeling van rijkdom en macht maar tot een betere samenleving. En sommige individuen hebben nu eenmaal wat sturing nodig.
Maar een droom over een perfecte wereld krijg je meestal terug als een dolk in je rug. Hoe mooi idealen ook zijn, uiteindelijk zullen ze altijd de vrijheid van het individu beperken. Zo is goede gezondheidszorg voor iedereen een fraai beginsel, maar is het nou echt de verantwoordelijkheid van de staat? Je dient immers eerst en vooral zelf voor je gezondheid te zorgen. Bovendien beperkt een opgelegd stelsel de keuzes die je kunt maken. En het wordt al helemaal een heikel punt wanneer we er met z’n allen voor moeten gaan betalen. Dergelijke maatschappelijke solidariteit heeft volgens velen geen plek meer in onze kille kapitalistische wereld. Er zullen in ieder geval weinig mensen op stemmen.
Er is maar één brandstof voor idealisme en dat is hoop. Het heeft imers weinig zin om in iets te geloven wanneer je geen hoop hebt dat het ook bewaarheid kan worden. Hoe onrealistisch hetgene waarin je gelooft ook is. De Democraten hebben dus iemand nodig die hen en de rest van het land weer een beetje geloof in de toekomst geeft.
Zo iemand is Barack Obama. Ik was diep onder de indruk van zijn vijfenveertig minuten durende speech (de video’s staan nog op CNN). Eén van zijn sterke argumenten vond ik de opmerking dat het geen probleem moet zijn dat mensen verschillende standpunten hebben over zaken als abortus, euthanasie en homosexualiteit. Zolang je maar streeft naar een maatschappij waarin mensen samen kunnen leven zonder dat ze hun standpunten te hoeven verloochenen. Een écht vrije wereld dus, eentje waarin iedereen mag denken wat hij wil zonder het respect van een ander te verliezen.
Dit zuivere en o zo eenvoudige ideaal zul je bij een republikein niet snel aantreffen. Alleen al daarom zou mijn stem naar de Democraten gaan. Al het andere geneuzel, over ervaring en verstand, over retoriek en eenvoud, over leeftijd en geloof, is secundair geouwehoer, in het leven geroepen om ons bezig te houden tot aan de dag van de verkiezingen.
Het gaat nog een mooie strijd worden tussen angst voor het nieuwe en hoop op beter. En hoe beter zou die strijd belichaamd kunnen worden dan door een 71-jarige veteraan en een begenadigde halfbloed? Het zal er om gaan spannen!
Abonneren op:
Reacties (Atom)