woensdag 15 december 2021

Uit de serie 'interview met de rede': Paul Pama

Vandaag heb ik het genoegen de bekende schrijver Paul Pama te mogen interviewen over een van zijn stokpaardjes: de vrijheid van meningsuiting. Ik ontmoet de licht kalende vijftiger in een matig verlichte kamer op de polikliniek van een ziekenhuis ergens in het land, alwaar hij zijn brood op de plank vandaan haalt.

Interviewer: Allereerst, fijn dat u tijd voor ons vrij kon maken. Zo te zien heeft u drukke, andere werkzaamheden?

PP: Helaas wel. Een beetje schrijver kan in dit land op een houtje bijten, als hij niet tot de beperkte kliek van bekende Nederlanders of lekkere wijven behoort. De boekverkoop is ingestort, in elk geval de mijne. Maar ik neem aan dat u niet hierheen bent gekomen om een klaagzang over het lot van kunstenaars aan te horen.

Interviewer: Inderdaad. Zoals u wellicht weet, is de discussie over vrijheid van meningsuiting weer actueel geworden, ditmaal door de rechtszaak tegen de heer Baudet, die de Holocaust vergeleek met het uitsluiten van ongevaccineerde medelanders.

PP: Ik heb er met kromme tenen kennis van genomen. Deze discussie hoort wat mij betreft thuis in het klaslokaal. Als wij onze middelbare scholieren de beginselen van onze democratische samenleving zouden leren, in plaats van een nutteloze burentaal, dan zou mij dit soort leed bespaard blijven. Want het is namelijk kinderlijk eenvoudig. Er zijn hier drie begrippen van belang: vrijheid, mening en uiting. Laten we beginnen met het gemakkelijkste woord: mening. Een mening is niets anders dan een gedachte die iemand heeft over een bepaald onderwerp. Vanzelfsprekend mag iedereen denken wat hij wil – wij kunnen als mens niet anders. Wat je vervolgens met die mening doet, dat is vers twee. Dat heet het uiten van in dit geval een mening, en dat is feitelijk een handeling. Je zet je gedachten om in actie, in het uitspreken van woorden.

Interviewer: En aan die vrijheid wordt volgens Baudet en Wilders getornd.

PP: Terwijl zij als politici behoren te weten dat er in elke maatschappij grenzen worden gesteld aan de vrijheid van een individu. Dat kan ook niet anders. Stel je eens voor wat voor puinhoop het zou worden als wij allemaal zouden doen en laten waar wij zin in hebben. Dat heet anarchie, en elke anarchist weet hoe dat eindigt: met oorlog. Daarom is in onze democratie vrijheid gedefinieerd als: je mag doen en laten wat je wil, zolang je er een ander geen schade mee berokkent. En precies daar ligt de clou. Je mag doen en zeggen wat je wil, zolang je een ander niet kwetst. En zo komen we bij de betekenis van vrijheid van meningsuiting: je mag denken wat je wil, en je mag dit uiten zolang je daar iemand anders geen schade mee berokkent. Zo eenvoudig is het. Daar is geen discussie over mogelijk, tenzij je niet begrijpt wat vrijheid en meningsuiting betekenen.

Interviewer: Maar wanneer berokken je iemand schade? Het doet mij denken aan de zwarte-piet discussie, waar nog steeds veel mensen het met elkaar oneens zijn. Het is niet zo gemakkelijk om vast te stellen wanneer je iemand kwetst of niet, zeker wanneer het voor jezelf niet invoelbaar is.

PP: Dat is helemaal waar, en dat is één van de redenen waarom we een rechtstaat hebben ingevoerd. De rechter is namelijk degene die de afweging moet maken tussen de vrijheid van een individu en de schade die een ander individu daarvan ervaart, als men er onderling niet uitkomt. Hij maakt die afweging niet uit de losse pols, integendeel. Hij gebruikt hiervoor onder andere de normen en waarden die onze maatschappij heeft vastgesteld. En daar komen we bij het democratische beginsel: wij spreken met z’n allen af wat wij wel en wat wij niet als aanvaardbaar gedrag beschouwen.

Interviewer: Baudet zegt: ik mag in dit land niet meer zeggen wat ik wil. Hij ziet dat als een fundamentele aantasting van zijn grondrecht.

PP: In dat geval zeg ik tegen Baudet: welkom in de beschaafde wereld. Weet je, het is eigenlijk heel pijnlijk dat ik de lijsttrekker van een politieke partij de grondbeginselen van onze samenleving moet uitleggen. Het begint namelijk bij dat woord: samenleving. Wie in zijn eentje in de woestijn staat, kan roepen wat hij wil. Maar wie samenleeft met andere mensen, kan niet anders dan rekening met hen houden. Dit is een plicht – een grondplicht als je het zo wil noemen – in onze samenleving. Je hebt namelijk het grondrécht dat anderen rekening met jóu houden. Dit is de basis van iedere beschaving.

Interviewer: vindt u Baudet dan niet beschaafd?

PP: Een beschaving betekent: je houdt rekening met elkaar. Je dringt niet voor bij de bakker. Je stopt voor een zebrapad. Je gooit geen vuurwerk in mijn tuin. Je knijpt mijn dochter niet in haar kont als ze de kroeg binnenloopt. Je vergelijkt vaccinatiepolitiek niet met genocide. Dat zijn regels die je met elkaar afspreekt. Die regels zijn niet statisch, integendeel, die veranderen voortdurend. Let wel, ik hou niet zo van regels. Want als het korset te strak wordt aangetrokken, ontstaat er een dictatuur. Zit het te los, dan ontstaat er chaos, anarchie en oorlog. Het is een spel van vele krachten die altijd in beweging zijn. Ik vind het heel belangrijk dat mensen voortdurend de grenzen opzoeken. Beschaving moet immers leven, want anders zijn wij als volk dood.

Interviewer: Zoals Baudet de grenzen nu opzoekt?

PP: Baudet kiest de Holocaust als vergelijkingsmateriaal. Vrijwel iedereen in dit land weet hoe gevoelig dat ligt. Je hebt het over genocide, over een van de grootste misdaden tegen de mensheid van de afgelopen eeuwen. Dat hij het desondanks toch in de vaccinatiediscussie gebruikt, en niet één, niet twee, maar dríe keer, kan in mijn ogen twee dingen betekenen. Of Baudet vindt de Holocaust eigenlijk zo gek nog niet, óf hij weet wel degelijk hoe gevoelig het ligt en gebruikt het als propagandamiddel om de aandacht op zichzelf te richten. In beide gevallen kan je stellen dat de heer Baudet hiermee een enorme lul is.

Interviewer: Zo! En wat als hij u nu aanklaagt wegens smaad?

PP: Dan geef ik hem een hengst voor zijn kop en noem ik dat vrijheid van meningsuiting. Want een linkse directe is tenslotte ook maar een mening. Mensen lijken soms te vergeten waar de grenzen liggen. Vindt u dat ik een willekeurige vrouw zomaar op de bek kan nemen? Waarschijnlijk niet, als zij dat zelf niet wil. Vindt u dan dat ik haar wel een hoer mag noemen, zomaar, uit de losse pols? Of beroept u zich dan ineens op die zogenaamde vrijheid van meningsuiting? Precies daar ligt het pijnpunt. U mag vinden wat u wil, maar als u met uw uiting iemand kwetst, zult u de gevolgen daarvan moeten dragen. Zo eenvoudig is het.

Interviever: Dan sluiten wij het interview hiermee af. Bedankt voor deze verhelderende uitleg, en tot de volgende ontmoeting.

PP: Graag gedaan. Dan ga ik nu weer aan het werk, want deze gedachten van mij leveren geen rooie cent op.

 

 


dinsdag 20 april 2021

Vlees

 

Recent onderzoek uit Amerika laat cijfers zien waar een epidemioloog alleen maar van kan smullen. Van een cohort patiënten dat ernstig ziek van covid werd,  bleek 1/3 zwaarlijvig en 1/3 obees. Met andere woorden: 2/3 van de mensen die goed ziek werden van corona, waren behoorlijk te dik.

Dat is een interessant gegeven, waar je best over mag nadenken. Nu is in deze tijd wijzen naar iemands constitutie levensgevaarlijk, voor je het weet word je aan de online schandpaal genageld door de #mefat beweging.

Maar laten we toch eens voorzichtig de zwaarlijvigheid beschouwen. In veel gevallen vindt dit zijn oorzaak in overmatig eten. Natuurlijk hangt het ook van je bouw en je stofwisseling af, etc, dus laten we niet te rigide zijn en bijvoorbeeld een grens stellen op 100kg voor iemand van 1m90. Daarboven ben je gewoon te zwaar, waarschijnlijk omdat je van eten en/of bier of cola houdt. Lekker genuanceerd, maar wat verwacht je dan van mij.

Wie op de middelbare school tijdens maatschappijleer heeft opgelet (dat zullen er niet veel zijn), weet dat onze democratische welvaartsstaat gebaseerd is op twee fundamentele principes. 1: Ieder individu is vrij om te doen en te eten wat hij wil, zolang 2: Anderen daar geen last van hebben. Of je nou wil of niet, je maakt deel uit van het geheel. ‘The needs of the many outweigh the needs of the few, or the one.’ (r.i.p. mr Nimoy).

Welnu. De psychologische, sociale en economische gevolgen van de huidige lockdown zijn immens. De lockdown is vooral in het leven geroepen om de ziekenhuizen te ontzien. Is het onjuist om te stellen dat de lockdown niet nodig zou zijn geweest, indien er veel minder mensen zo ziek van covid werden?

Ik weet het, dit soort redeneringen klinken angstaanjagend gevaarlijk, zeker als ze uit de mond van een kale ariër komen. Maar ik ben nog niet klaar.

Iedereen weet inmiddels ook dat de vleesproduktie een enorme impact op onze planeet heeft. Oerwouden worden gekapt, lucht, water en grond raken ernstig vervuild en het dierenleed is ronduit beschamend. Het wordt eveneens steeds evidenter dat je van vlees eten wel degelijk aankomt. Dit wordt door de intensieve vleeslobby al jaren bestreden, maar het is geen ingewikkelde rekensom. Waar wij vroeger gemiddeld per Nederlander <100 gr vlees per dag aten, zitten we nu al op >200g. Geen wonder dat we dikker worden.

Een simpele oplossing zou dus zijn: met z’n allen minder vlees eten. Dan wordt men minder ziek van iets als corona (reken maar dat dit niet de laatste virale pandemie is geweest), dan jaagt zwaarlijvigheid de kosten van onze gezondheidszorg niet verder omhoog, dan kan onze veestapel gereduceerd worden (geef de boeren gewoon meer geld voor hun produkt), zijn er minder sojabonen voor het veevoer nodig, is er minder mest nodig, minder uitstoot in lucht en water, kunnen de slachthuizen met Oosteuropese dwangarbeiders worden gesloten, worden er minder dieren mishandeld, etc etc etc. Hoe langer ik erover nadenk, hoe meer voordelen ik zie, en vooralsnog blijven de nadelen van minder vlees eten achter de horizon verborgen.

Maar hoe bereiken we dit? Wij mensen wijzen namelijk graag, we hebben tenslotte een wijsvinger, in dit geval naar de supermarkten, de boeren, en alles en iedereen behalve onszelf. Als 100g biokip duurder is dan 500g industrieel vlees, hebben wij dan een keuze?

Toch begint de verandering bij ons, bij de consument. Men vergeet wel eens dat in het marktkapitalisme de ware macht niet bij de aanbieders ligt, maar bij de gebruikers. Wat wij willen kopen, dát wordt geproduceerd, want daar valt immers winst te behalen. De autoindustrie gaat echt geen elektrische auto’s maken als wij die niet willen kopen. Dat geldt ook voor de vleesproducenten. Als wij massaal overstappen op de consumptie van minder en beter vlees, dan zal de andere kant van de markt vanzelf volgen. Ze zullen wel moeten, want anders verdienen ze niks meer.

Maar wij mensen veranderen niet zomaar vanzelf. Wij zijn nogal hardleers in onze gewoontes. Kijk maar eens hoe moeilijk het is om te stoppen met roken, ook al staat de kanker voor de deur. Veelal hebben wij wat wapperende flappen nodig om ons gedrag aan te passen. Een belastingvoordeel voor de auto en zie de Tesla’s rijden.

Daarom zou een vleestaks een hele goede oplossing zijn. Maak het industriële vlees twee keer zo duur en gebruik de taks om de consumenten en de boeren te compenseren voor het goede vlees. Zolang de consument het maar in zijn portemonnee merkt. De voordelen voor de wereld en alles wat erop leeft zijn zo groot, dat het haast onvoorstelbaar is dat wij de omschakeling naar een nieuw dieet nog niet aan het maken zijn.

Mark my words: het zal niet lang meer duren, voordat vlees eten het nieuwe roken is!

donderdag 1 april 2021

Ollongren

Terwijl het coronavirus nog welig woekert, de huizenmarkt strak op slot zit, een stevige recessie voor de deur staat en de beurs recordhoogtes bereikt, buigen de Nederlandse volksvertegenwoordigers zich over een andere, blijkbaar urgentere zaak: de uitvergrote notities van mevrouw Ollogren. De formatie van een nieuw kabinet is niet belangrijk, nee, het gaat nu om wie op de hoogste poten het meeste misbaar kan maken. Lager dan vandaag kunnen we met z’n allen niet zinken.

Want let wel: we doen er met z’n allen aan mee. Zelfs ik, die nauwelijks het nieuws volgt, kan er niet aan ontsnappen. In al mijn verontwaardiging voel zelfs ik mij genoodzaakt mijn mening erover te ventileren.

Laten we beginnen met de ‘journalist’ die de foto uitvergroot en publiekelijk gemaakt heeft. Deze persoon zou zich diep moeten schamen. Het getuigt namelijk van een volstrekt gebrek aan fatsoen om iemands privé documenten openbaar te maken. Stelt u zich eens voor dat u in de trein zit te werken en iemand maakt stiekem notities van uw aantekeningen, die hij of zij vervolgens op internet zet. Zou u zich dan geroepen voelen de inhoud te gaan verdedigen?

Bovendien had die journalist twee opties: hij kon mevrouw Ollongren erop wijzen dat haar notities zichtbaar waren, of hij kon ze wereldkundig maken. Zou hij (of zij) zich één moment hebben afgevraagd met welke keuze hij het algemene belang het meest zou dienen? Het openbaar maken ervan getuigt van een angstaanjagend gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel. We doen het niet samen, nee, het is ieder voor zich. En een politicus mag als aangeschoten wild zonder privédomein worden behandeld.

Datzelfde fatsoen lijkt ook een groot deel van onze volksvertegenwoordigers te ontberen. Het had hen gesierd hier geen halszaak van te maken, maar de hand in eigen boezem te steken. Want wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Wie meent zelf altijd op een oprechte en open manier met een ander te communiceren, zou eens wat vaker in de spiegel moeten kijken. Wie meent dat alles wat hij zegt en schrijft een reële weergave van zijn gedachten is, die mag zichzelf van mij tot paus en president uitroepen.

En dan is er nog de vraag op welke manier het land bij deze circusvertoning gebaat is. Ik zou denken dat de door het volk gekozen vertegenwoordigers hun tijd beter kunnen besteden dan mee te doen aan deze ridicule parade van kleinzielige opvattingen. Wie twee keer nadenkt, begrijpt ook wel dat deze hele schertsvertoning maar één doel dient: het vertrouwen in de regering (die overigens al demissionair is) nog verder beschadigen. Zodat de meneertjes en de mevrouwtjes die waarschijnlijk buiten de boot gaan vallen alsnog mogen hopen op een nieuwe kans.

Deze kwestie handelt niet om waarheidsvinding, en evenmin om fatsoen. Er wordt hier een vies spel gespeeld dat draait om macht, ego’s en sensatiezucht. En helaas moet ik constateren dat een hele hoop mensen er aan meedoen. Dit land is blijkbaar nog lang niet klaar om met z’n allen een stap vooruit te zetten naar een betere toekomst.

Als ik nu nog wist hoe ik deze column net zoveel publiciteit kon geven als mevrouw Ollongren haar notities...

 

dinsdag 26 januari 2021

Relschoppers

 

Damian is zeventien jaar. Damian ontvlucht ‘s avonds al jaren zijn thuis, omdat zijn vader alcoholist is en zijn moeder elke avond klappen krijgt. Samen met zijn vrienden hangt hij dan op straat, rokend in een verloren hoekje, luisterend naar muziek.

Ruben is eenentwintig en woont bij zijn strenggelovige ouders. Hij mag niets en doet in de ogen van de Here alles verkeerd. ‘s Avonds vlucht hij uit de verstikkende hel van zijn thuis en drinkt hij biertjes met zijn vrienden in een keet in het weiland.

Mo is negentien jaar en woont met twaalf familieleden in een tweekamerappartement. Zijn vader en moeder spreken nauwelijks Nederlands en begrijpen niet hoe het leven voor Mo in Nederland werkt. Mo zoekt ‘s avonds zijn vrienden op. Ze hangen op de bankjes van het buurtpleintje en zijn inmiddels te oud om de schommel kapot te maken.

Larissa is zestien. Sinds haar elfde wordt ze door haar stiefvader misbruikt. Ze heeft al vaker hulp gezocht bij diverse instanties, maar de deuren bleven voor haar gesloten. Ze vertrouwt niemand meer, behalve haar kleine vriendenclub, vrienden die net als zij thuis geen liefde krijgen.

Ze zijn jong en ze voelen zich ongewenst. Ze komen zoveel liefde tekort, dat haat hun harten vult. Ze vinden alleen nog steun bij hun vrienden, hun kameraden, elke avond ergens in de stad of in het dorp.

Tot nu. Nu worden ze gedwongen opgesloten op de plek waar ze kapot gaan.

Waar kunnen ze heen? Waarom zouden ze roepen om hulp, wanneer niemand hen eerder heeft willen horen? Ze zijn jong en radeloos. Als zij kapot gaan, dan moet alles maar stuk.

 

Stefan is tweëntwintig jaar. Hij studeert bedrijfseconomie. De afgelopen maanden heeft hij de kroeg erg gemist, maar gelukkig was er elke week wel een feestje bij iemand thuis. Met een man of tien lekker zuipen, niet te veel mensen natuurlijk, want er heerst tenslotte corona. ‘s Nachts fietst hij weer naar huis, brallend door de verlaten straat. Hij is jong en waant zich onkwetsbaar.

Mandy is drieëntwintig en haar twee jaar oudere vriend bezit een Seat Ibiza met spoiler en knalpijp. ‘s Avonds rijden ze naar de MacDonalds om nog een burgertje naar binnen te werken, de lege zak verdwijnt door de open ruit de berm in. Lekker chillen met de gang, wat onschuldige drugs gebruiken en misschien nog een kleine straatrace om het af te toppen. Geen vuiltje aan de lucht. Corona? Zolang ze maar niet bij opa en oma op bezoek gaat, zal het wel loslopen met dat virus.

 

De avondklok is een draconische maatregel die onze vrijheid buitensporig hard treft. De kwetsbaren in onze samenleving kunnen geen kant meer op, omdat anderen zich niet aan de eerdere regels wilden houden. Wie treft hier blaam?

Het geweld van de afgelopen dagen is op geen enkele manier goed te praten, maar het is wel te begrijpen. Dat is belangrijk, omdat daarin de oplossing ligt. Als we het geweld met geweld gaan beantwoorden, dan escaleert de situatie alleen maar meer. Maar als we een oplossing voor deze jongeren zoeken, als we hen een plek bieden waar ze zich veilig voelen en waar ze gehoord en geliefd worden, dan wil ik nog wel eens zien hoeveel stenengooiers er nog overblijven.