woensdag 16 oktober 2019

De koe bij de hoorns vatten.


Demonstraties zijn tegenwoordig aan de orde van de dag. Zijn het niet de klimaatactivisten die de wegen blokkeren, dan roeren de boeren zich wel. Tot tweemaal toe een verkeersinfarct in Nederland, het lijkt wel midwinter.
"Vorig jaar hoorde je nog niets over stikstof, en nu gaat iedereen er opeens dood van", zei Micha Bouwer van Farmers Defence Force. "Dat zijn allemaal mensen in de stad die twee plantjes op het balkon hebben en zeggen dat het zogenaamd met de natuur niet goed gaat."
Goodwill bij het publiek kweken, dat kun je aan de boeren wel overlaten.
"De hei waar ik langs rij is nog mooi paars en het bos is nog steeds groen en ik rij er elke dag doorheen," voegde Micha eraan toe.
Ik moest meteen denken aan de Amerikaanse senator die met een ijsbal in zijn hand de opwarming van de aarde ontkende. Het protest wordt er niet bepaald sterker van.
Ook de feiten staan ter discussie. Gevraagd naar de wetenschappelijke meetmethode zei een andere boer "dat ze toch een gekleurde bril op hebben. Ze zijn ambtenaar, en hebben er te weinig verstand van."
Gelukkig worden de metingen van het RIVM internationaal bevestigd en nog eens kraakhelder door de NASA satellieten in beeld gebracht. De Povlakte, Catalonië en Nederland zijn paarse ammoniakvlekken op de kaart van Europa. Het protest wordt er niet bepaald sterker van.

En dan is er de Wilders op klompen, woordvoerder Jeroen van Maanen van de Farmers Defence Force. "De media misbruiken het ene na het andere nepnieuwsrapport om nog meer problemen op naam van de landbouw te schrijven", zei Van Maanen. "De politiek neemt dit zonder gedegen onderzoek over. Op basis van leugens, aannames en emoties wordt een beslissing genomen die de hele landbouwsector steeds dichter naar de rand van de afgrond drijft."
Duidelijk een statement gedreven door leugens, aannames en emotie.
Van Maanen is duidelijk over wat er op het spel staat: behoud van het agrarische landschap, van de landbouwcultuur. "De boerensector is de bakermat van de Nederlandse cultuur. Als je op Schiphol aankomt is het eerste wat je ziet (reclame)borden met koeien.”
Een reclamebord met koeien als voorbeeld van onze cultuur? Hoe boreaal is dat eigenlijk?

En dan nu de feiten. Wie zich in de enorme veestapel van Nederland verdiept, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat deze drastisch verkleind en veel duurzamer moet worden. Daar zijn trouwens een hoop boeren het roerend mee eens.
Gelukkig is er een oplossing die iedereen tevreden stemt. Welke?
Simpel. We gaan de boeren het dubbele voor hun producten betalen. Want met een dubbele opbrengst kunnen ze met de helft minder vee goed rondkomen.
Wie gaat dit dan betalen?
De consument natuurlijk! Want laten we wel wezen. Aan de ene kant produceren we teveel vlees dat voor een te lage prijs wordt verkocht en aan de andere kant eten we teveel (vlees) waardoor we met z’n allen te dik zijn en obesitas volksziekte nummer één is geworden.
Vier keer het woordje ‘te’ in één zin? Daar valt mee te werken.
Maar zo’n oplossing bereik je niet door de realiteit in twijfel te trekken en evenmin door boeren, beleidsmakers en consumenten niet serieus te nemen. Zo’n oplossing bereik je alleen door er met elkaar fatsoenlijk over te praten.
Helaas lijkt dát in deze wereld steeds moeilijker te worden. Het wordt daarom hoog tijd dat het vee zich ermee gaat bemoeien. Waar blijft het eerste koeienprotest? Wanneer gaan de varkens de erven blokkeren en de kippen hun eieren op het Binnenhof dumpen? En waar is Marianne Thieme wanneer je haar nodig hebt?

maandag 5 augustus 2019

Hij die zonder zonde is.


Geweld. Het lijkt wel alsof de wereld eraan ten onder gaat. In Amerika schieten ze elkaar dagelijks overhoop, in de Golfregio gunt men het licht in elkaars ogen niet en het internet lijkt een vrijplaats voor haat te zijn geworden. Rechtsom of linksom, geweld en onverdraagzaamheid wordt als het nieuwste Testament van de daken geschreeuwd.

En wij maar wijzen, wij lieve mensen die ons er telkens over opwinden.
We wijzen naar Baudet, le Pen en Trump, die met hun kletspraat de haat in de kaart spelen.
We wijzen naar de witte man, die zich superieur waant, maar dat natuurlijk niet is.
We wijzen naar de olie, waarvan wij dagelijks met veel plezier gebruik maken, maar we echt wel zonder zouden kunnen.

En ik wijs net zo hard mee, want ik ben geen haar beter.
Ik wijs naar de talloze series op televisie waar al tijdens het avondeten de bad guys met een angstaanjagende vanzelfsprekendheid door de good guys doodgeschoten worden. En ik denk: dat deed Clint vroeger beter.
Ik wijs naar de oorlogsfilms en de games, waarin geweld wordt verheerlijkt en de overwinnaars als helden vereerd, en kijk naar Game of Thrones en speel Warcraft.
Ik wijs naar de vechtpartijen op Spike, waarin het de bedoeling is om iemand die op de grond ligt zoveel mogelijk op zijn hoofd te slaan of te schoppen, en denk met weemoed aan Bruce Lee.

Maar ik wijs vooral naar mijzelf.
Naar mijn opgestoken middelvinger voor een automobilist die met 100 per uur door de stad scheurt. Naar mijn scheldwoord voor een appende fietser die niet uitkijkt bij het oversteken. Naar mijn gevloek tegen de kinderen, wanneer de opvoedfrustratie het kookpunt heeft bereikt. Ik scheld zelfs op de koekenpan als de aardappelen aanbranden.

Want ik ben een mens en mensen hebben gevoelens. Liefde is er eentje van en haat is de keerzijde van dezelfde medaille. Ontken het ene, dan ontken je het andere ook. Wat nu dan?

Momenteel bestudeer ik de Daodejing, een heel oud Chinees boek. Daarin staat dat je zowel de haat als de liefde moet omarmen, omdat deze deel van jezelf zijn. Er staat ook in dat het zachte altijd het sterke overwint, als de druppel water die het blok graniet uiteindelijk splijt.
Volgens Lao’Zi (de schrijver) heeft het echter geen enkele zin om met regels en wetten het gedrag van de mens te willen bepalen. Alleen de barmhartigheid die uit jezelf komt, is ware barmhartigheid. De rest is geperverteerde deugd.
Vanuit-jezelf-zo-zijn, zo noemt hij dat. Wie daarnaar probeert te leven, zal niemand kwaad doen. Want hij heeft de haat en de liefde met elkaar verzoend en omarmt alles wat er is, omdat hij daar zelf ook deel van uit maakt. Zonder onderscheid is alles van waarde.

Hij wijst niet meer, maar hij zwijgt.
Dat gaat mij nooit lukken. Maar ik ga wel mijn best doen!

zaterdag 6 april 2019

Bye bye Intertoys



Het einde van een tijdperk

Ik weet nog als de dag van gisteren hoe ik in Eijsden, dat gat in het afvoerputje van Nederland, naar de enige speelgoedwinkel van het dorp toog om mezelf te vergapen aan alles wat ik niet kopen kon. Lego Star Wars, en dan niet dat fantastisch mooie spul van tegenwoordig maar gewoon dezelfde blokjes als altijd, nieuwe Playmobil sets met nog meer pistolen, zwaarden of hellebaarden, en de collectie kleine soldaatjes, legers uit alle landen die elkaar in mijn slaapkamer uitstekend naar het leven konden staan.

Ik zag mijzelf al zwemmen in al die weelde. Hoe vaak zou ik gedroomd hebben dat ik alle Lego bezat, alle Playmobil, al het speelgoed dat ik wilde? Mevrouw Partouns, de in mijn herinnering immens dikke eigenaresse, hield dat hoogblonde jongetje ondertussen goed in de gaten, want ook hij was wel eens met een doosje van het een of ander onder de jas naar buiten geglipt.

Soms had ik een beetje geld en kon ik iets kopen. Dan voerde ik dezelfde inwendige strijd die mijn dochters tot voor kort voerden. Wat moet je in vredesnaam kiezen als je alles wil hebben? Het zijn momenten die een kinderleven voorgoed kunnen ruïneren. Dat je na lang wikken en wegen gaat voor die Playmobil ridders te paard en eenmaal thuis tot de conclusie komt dat je toch liever de Lego Ewok set had gewild. Daar zit je dan met je hagelnieuwe speelgoeddoos, gedesillusioneerd tot op het bot.

Mijn dochters gingen graag naar de Intertoys. Het moet een walhalla voor hen geweest zijn. De talloze plastic poppetjes waren hun favoriet. Lolsurprise, Lost Kitties, Hatchimals, Pinnipoms, weet ik hoe het allemaal heet (ja, dat weet ik dus). Inmiddels zijn hun kamers tot aan de nok toe gevuld met speelgoed. En daar komt nu een einde aan. Want ook in Nijmegen gaat de Intertoys op slot. Toen mijn jongste de schreeuwende faillissementsposters zag hangen, moest ze een traantje laten. Niet langer kon ze zomaar naar binnen rennen en zich vergapen aan al dat speelgoed. Niet langer kon ze net zolang bij papa zeuren, totdat hij zwichtte en een prul voor haar kocht. Het was alsof het tijdperk van haar jeugd werd afgesloten. En dat al op haar achtste.

Maar stiekem ben er ik eigenlijk helemaal niet rouwig om. Ik vond de Intertoys een onoverzichtelijke, lelijk aangeklede, weinig behulpzame winkel vol plastic troep uit China, die maar één doel diende: zoveel mogelijk geld uit de zak kloppen van kinderen en ouders. Het was de tempel van de consument, gespeend van enig moreel besef, en zo duur dat de mensen het speelgoed elders gingen halen en daarmee de keten eigenhandig de nek omdraaiden. Veel fraaier kan de slang van de marktwerking zich niet in zijn eigen staart bijten.

Dus probeer ik de tranen van mijn dochter te vergeten en mijn eigen nostalgisch sentiment een plaatsje te geven. Want de sluiting van de Intertoys zou wel eens een zegen kunnen zijn. Een einde aan het gemak waarmee kinderen voor een paar euro plastic zooi kunnen kopen. Nu zullen ze moeten sparen voor een serieus stukje speelgoed, dat trouwens verkocht wordt in de enige speelgoedwinkel die Nijmegen straks nog rijk is. Een rustige, fijne winkel die vooral duurzaam, veelal  houten speelgoed verkoopt. Wat wil een ouder nog meer? Bedankt, Intertoys!