woensdag 28 oktober 2009

Karadzic

In een comfortable cel in Den Haag lacht één van de grootste moderne oorlogsmisdadigers zich helemaal ziek. Zelfs in gevangenschap laat deze despoot iedereen naar zijn pijpen dansen. Blijkbaar bepaalt niet de rechter wanneer een proces begint, maar de verdachte zelf.
Het lijkt welhaast de omgekeerde wereld. Een gevangene die niet komt opdagen bij zijn eigen proces. Bestaat er dan geen aanwezigheidsplicht in de moderne rechtsgang?
‘s Ochtends vroeg opent de cipier de stalen deur van Karadzic’s cel en brult “Mittkommen!” Radovan K. denkt even na, pulkend aan zijn lange baard, en antwoordt “Ik ben bezig, zie je dat dan niet?! Kom maar terug over acht maanden.” Teleurgesteld druipt de cipier af. Hij had zich nog wel zo verheugd op het uitje.
Acht maanden heeft Karadzic nodig om zichzelf voor te bereiden op het proces. De bewijzen voor zijn schuld zijn onmiskenbaar sterk: er zijn geschreven, gesproken en gefilmde interviews waarin Karadzics uitgebreid zijn rol in de oorlog bespreekt. Meermalen rept hij over de vernietiging van de Bosnische moslims en telkens geeft hij aan dat hij, Radovan Karadzic, de baas is. Het enige wat ontbreekt is een heterdaadje met een smeulend pistool en het lijk van moslim.
Je vraagt dan ook af wat hij in die acht maanden precies voor wil bereiden. Niemand kent de details van zijn rol in de oorlog beter dan hijzelf; zo moeilijk zou het dus niet moeten zijn om de vragen van de aanklager te beantwoorden. Je kan bovendien op je klompen aanvoelen dat deze acht maanden pas het begin zijn. Nadat de aanklager de honderdveertig pagina’s tellende aanklacht heeft opgelezen, is er voor Karadzic reden genoeg om het hof nog eens acht maanden extra te vragen.
Acht maanden. Het zou natuurlijk kunnen dat hij een verkorte studie advocatuur aan het doen is. De man is (naast massamoordenaar) dokter van beroep en uit ervaring kan ik vertellen dat een studie geneeskunde niet de optimale voorbereiding is voor zelfverdediging. Daarom hebben dokters allemaal een dure rechtsbijstandverzekering. Maar Karadzic wil het zelf doen. Zoals het een megalomane dictator betaamt. Het schijnt dat Spong nog gebeld heeft, maar die kreeg nul request.
Natuurlijk heeft Karadzic het recht om zich te verdedigen – anders zou het proces en de veroordeling onwettig zijn. Dit is trouwens waar de protesterende moslims aan voorbij gaan. Dat Karadzic’s slachtoffers geen tijd kregen om zich te verdedigen, wil nog niet zeggen dat wij hem op dezelfde barbaarse wijze moeten behandelen. Laten we in ieder geval ons eigen gevoel van beschaving in ere houden.
Dat daarbij geen grens wordt gesteld aan de tijd die een verdachte krijgt voor de voorbereiding van zijn verdediging, dat bevreemdt zo ongeveer iedereen. Het zou wat zijn als Hitler nog leefde en voor het tribunaal in Den Haag werd gebracht. Met wat die man op zijn kerfstok heeft, zou hij minstens vijf jaar nodig hebben voor de voorbereiding van het proces. Hij zou ze nog krijgen ook.
Acht maanden. Wat zijn dan twee dagen, op tweehonderdveertig? Zou de rechter niet op z’n minst kunnen verordeneren dat de beklaagde twee dagen plaatsneemt in het bankje om de aanklacht aan te horen? Is een rechter dan zo machteloos geworden? Hamertje tik in een jurk? Ik zou het wel weten. Handboeien erom en afvoeren naar de rechtszaal. Die man is zo schuldig als wat.

donderdag 8 oktober 2009

AOW

Het is weer eens zover: de Nederlandse politiek staat in zijn hemd. Ditmaal zijn het de vertegenwoordigers van de vakbonden en werkgeversorganisaties, die zichzelf op fraaie manier te kak zetten.

Vorige week strandde het overleg over de AOW op wederzijds onbegrip. Althans, zo wil men ons doen geloven. Want eigenlijk was het falen debet aan botsende ego's, bestuurlijk onvermogen en een gebrek aan gezond verstand. Ik las toevallig de voorstellen van beide kanten en ik kan u verzekeren: er valt weinig niet aan te begrijpen. De ene partij wil eigenlijk helemaal geen verhoging van de AOW-leeftijd, de andere partij wil iedereen zo lang mogelijk laten werken. Me dunkt dat de consensus ergens in het midden ligt.

En ja hoor, een prachtig voorstel ligt op tafel: mensen die nu ouder dan 50 zijn, mogen gewoon op hun 65ste met pensioen; mensen die nu nog geen 50 zijn, moeten straks tot hun 67ste werken. Ik zou zeggen, krabbel eronder en niet meer over praten.

Vooral ook omdat het een luchtkasteel is, dit plan. Denk er maar eens over na. Voor mensen ouder dan 50 verandert er niks en voor de mensen jonger dan 50 – tja, die bereiken pas over minimaal 15 jaar de respectabele leeftijd van 65. Moet u nagaan wat er allemaal in 15 jaar kan veranderen. Vijftien jaar geleden bijvoorbeeld, konden mensen nog op hun 59ste met vervroegd pensioen, lekker rentenieren in hun villa. Toen was er nog geen economische crisis, geen moslimterrorisme, geen ineengestorte huizenmarkt. Toen wilde de minister nog niet alle lichamelijke arbeid uitbannen, toen geloofden we nog niet in het broeikaseffect.

Er kan veel gebeuren in 15 jaar en het heeft daarom niet zo veel zin om plannen te maken voor de verre toekomst. Politiek is, net als alle andere zaken in ons leven, een spel van de korte termijn. Volgend jaar gaan we naar de stembus, over 15 jaar hebben we 4 of 5 kabinetten achter de rug. En die denken over het algemeen altijd anders over de zaken dan hun voorgangers.

Dus waar hebben we het eigenlijk over? Krabbel eronder en niet meer over praten.

Maar nee. Men gooide hun konten in de krib en weigerde nog met de ander te praten. Gelukkig heb ik de, schijnbaar genante, vertoning bij Pauw en Witteman gemist – ik kijk niet meer naar die twee zelfingenomen sensatiezuchtige diva’s – maar het moddergooien was begonnen. Hakken in het zand en lekker verontwaardigd doen. Dat kunnen wij Hollanders wel. Het conflict dreigde te escaleren, toen een stelletje bondswaanzinnigen het openbaar vervoer plat wilden gooien. Het is maar goed dat er in dit land nog rechters zijn.

Waarom schrijf ik hier vandaag een column over? Terwijl ik het eigenlijk wel gehad heb met onze politiek, met al die gekken die steeds dieper wegzinken in het moeras van onbekwaamheid, terwijl ik liever geen journaal meer kijk en geen krant meer lees, maar me beperk tot het zogenaamde wetenschappelijke nieuws op nu.nl. Dat overigens van een onwaarschijnlijk laag niveau is, maar dat terzijde.

Ik schrijf er vandaag over, vanwege één zin in een nieuwsbericht. De jongens en meisjes van de arbeid zijn weer bij elkaar gekomen om te onderhandelen, ze moeten toch wat in deze tijden van crisis. En wat zegt de vakbonsvoorman dan?

“We moeten elkaar recht in de ogen kijken en als grote mensen zeggen wat we van elkaar vinden.”

Mijn broek zakt af van zo’n opmerking. Hebben ze dan de afgelopen weken met zwarte zonnebrillen op hun kop als kleine kinderen tegenover elkaar gezeten? De Blues Brothers van de FNV versus de Men in Black van de werkgevers? Het is een farce, dat zeg ik u. Eén groot lachwekkend spel tussen kleine kinderen die zichzelf veel te belangrijk vinden.

Gelukkig weet ik wel beter. Al die ophef over niets, ik laat het lekker aan me voorbij gaan. Mijn advies: maak u vooral niet druk over de toekomst. Het laatste waar die door bepaald wordt, zijn wel de mensen die denken dat ze daar iets over te zeggen hebben.