Hoe lang nog laten wij de vrijheid van meningsuiting gijzelen door rechtse populisten? Zo langzamerhand wordt het een besmet onderwerp; nog even en de burger zal zich vol afkeer afwenden van het hele concept. En terecht, want de huidige politieke discussie is er eentje die de grenzen van infantiliteit angstvallig dicht nadert.
Laten we voorop stellen dat wanneer je het over een fundamenteel onderwerp hebt, zoals de vrijheid van meningsuiting, godsdienst of partnerkeuze, je zuiver en consequent moet redeneren. Laten we eveneens aannemen dat wij uitgaan van de vrijheid van het individu, zoals vastgelegd in de verklaring van de rechten van de mens.
“Je moeder is een hoer,” “Joden aan het gas,” De koran is mein kampf.” Drie maal een vrije uiting van een mening. Het is voor het debat van eminent belang dat iedereen het met mij eens is dat er tussen bovenstaande drie zinnen feitelijk geen verschil bestaat. Ze zijn alle drie kwetsend voor een persoon of een bevolkingsgroep.
De centrale vraag in de discussie is of iemand een dergelijke kwetsende mening mag uiten. Maar deze vraag kan helemaal niet ter discussie staan. Immers, als je het begrip ‘vrijheid’ consequent wilt gebruiken, dan moet je accepteren dat er niet aan getornd kan worden. Vrijheid laat geen ruimte voor beperking. Iedere restrictie betekent het einde ervan.
Daarom is het antwoord op die vraag een onvoorwaardelijk ‘JA’. Ja, je mag een kwetsende mening uiten. Op het moment dat je als maatschappij, regering of wetgever, hieraan beperkingen gaat opleggen, zet je een eerste stap richting het fascisme. Immers, waar ligt de grens, en wie bepaalt dat? Voor je het weet word je zelf de mond gesnoerd. De grens aan vrijheid is geen rekbaar begrip.
En dat is precies de reden waarom we in een rechtstaat leven. In een rechtstaat heeft namelijk eenieder die zich gekwetst voelt door een ander het recht de ander daarop aan te spreken. Het is dan aan de rechter om te bepalen of er een wettelijke of maatschappelijke grens is overschreden.
Met andere woorden: je bent vrij om te doen en te spreken, maar er zijn wettelijke en maatschappelijke kaders waarvan verwacht wordt dat je ze respecteert. Vrijheid van meningsuiting ontslaat niemand van die burgerplicht. Je mag zeggen wat je wil, maar je bent wel verantwoordelijk voor je woorden, net zozeer als voor je daden. Je moet vervolgens niet gaan zeuren wanneer je op die verantwoordelijkheid wordt aangesproken.
De discussie over het gedrag van Geert Wilders gaat dus niet zozeer over het recht op vrije meningsuiting, maar des te meer over het fatsoen en respect dat een burger, en in dit geval een lid van de Tweede Kamer, op zou moeten brengen. Geert Wilders mag roepen wat hij wil, dat is zijn recht. En net zozeer heeft Gerard Spong, of ieder ander, het recht om Wilders daarop aan te spreken. Het is aan de rechter, en aan niemand anders, om te bepalen of Wilders over de schreef is gegaan.
Dat je ondertussen zou je moeten proberen om zo iemand op andere gedachten te brengen, spreekt voor zich. Niet tornen aan diens vrijheid, maar tornen aan diens mening.
Voìla, mijn standpunt. Ik zal afzien van een beschouwing over de relativiteit van vrijheid. Ik zal niet spotten met de mening van de meerderheid die eigenlijk geen mening heeft, of een kwinkslag maken over de wijze waarop de gemiddelde burger zijn zogenaamde mening uit. Daarvoor is het onderwerp te belangrijk. Geef mij maar gewoon gelijk, dan hebben we het er verder niet meer over.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
3 opmerkingen:
Op deze manier wordt (de discussie over) vrijheid van meningsuiting wel heel plat. Vrijheid om iets te zeggen, met het risico er vervolgens voor te worden aangeklaagd. Zo lust ik er nog wel een paar. Zo hebben we in Nederland ook allemaal het recht om te moorden. Maar we kunnen dan vervolgens natuurlijk altijd bij de rechtbank ter verantwoording worden geroepen.
Overigens is er nog wel een verschil tussen "Je moeder is een hoer" en "Joden aan het gas". Waar het eerste louter een (al dan niet feitelijke) constatering is, kan de tweede ontegenzeggelijk als een oproep worden beschouwd. En daarmee een "Aanzet tot geweld". Toch van een iets andere orde dunkt me.
Hebben wij allemaal het recht om te moorden? Vrijheid van moorduiting of zoiets? Ik dacht het niet.
En een 'aanzet tot geweld', tja, da's ook weer zo'n kreet die voor vele interpretaties vatbaar is.
Als vrijheid van meningsuiting geen rekbaar begrip is dan zou je naar mijn idee ook nooit een rechter mogen laten toetsen of bepaalde uitlatingen wel of niet binnen de wet vallen. Die wet zou zich daar in het geheel niet over mogen uitlaten anders dan te stellen dat die vrijheid absoluut is. Op welke grond zou je iemand dan nog kunnen aanklagen?
Een reactie posten