Geweld. Het lijkt wel alsof de wereld eraan ten onder gaat.
In Amerika schieten ze elkaar dagelijks overhoop, in de Golfregio gunt men het licht
in elkaars ogen niet en het internet lijkt een vrijplaats voor haat te zijn
geworden. Rechtsom of linksom, geweld en onverdraagzaamheid wordt als het nieuwste
Testament van de daken geschreeuwd.
En wij maar wijzen, wij lieve mensen die ons er telkens over opwinden.
We wijzen naar Baudet, le Pen en Trump, die met hun kletspraat
de haat in de kaart spelen.
We wijzen naar de witte man, die zich superieur waant, maar
dat natuurlijk niet is.
We wijzen naar de olie, waarvan wij dagelijks met veel
plezier gebruik maken, maar we echt wel zonder zouden kunnen.
En ik wijs net zo hard mee, want ik ben geen haar beter.
Ik wijs naar de talloze series op televisie waar al tijdens
het avondeten de bad guys met een angstaanjagende vanzelfsprekendheid door de
good guys doodgeschoten worden. En ik denk: dat deed Clint vroeger beter.
Ik wijs naar de oorlogsfilms en de games, waarin geweld
wordt verheerlijkt en de overwinnaars als helden vereerd, en kijk naar Game of
Thrones en speel Warcraft.
Ik wijs naar de vechtpartijen op Spike, waarin het de
bedoeling is om iemand die op de grond ligt zoveel mogelijk op zijn hoofd te
slaan of te schoppen, en denk met weemoed aan Bruce Lee.
Maar ik wijs vooral naar mijzelf.
Naar mijn opgestoken middelvinger voor een automobilist die
met 100 per uur door de stad scheurt. Naar mijn scheldwoord voor een appende fietser
die niet uitkijkt bij het oversteken. Naar mijn gevloek tegen de kinderen, wanneer
de opvoedfrustratie het kookpunt heeft bereikt. Ik scheld zelfs op de koekenpan
als de aardappelen aanbranden.
Want ik ben een mens en mensen hebben gevoelens. Liefde is
er eentje van en haat is de keerzijde van dezelfde medaille. Ontken het ene,
dan ontken je het andere ook. Wat nu dan?
Momenteel bestudeer ik de Daodejing, een heel oud Chinees boek.
Daarin staat dat je zowel de haat als de liefde moet omarmen, omdat deze deel van
jezelf zijn. Er staat ook in dat het zachte altijd het sterke overwint, als de
druppel water die het blok graniet uiteindelijk splijt.
Volgens Lao’Zi (de schrijver) heeft het echter geen enkele zin
om met regels en wetten het gedrag van de mens te willen bepalen. Alleen de barmhartigheid
die uit jezelf komt, is ware barmhartigheid. De rest is geperverteerde deugd.
Vanuit-jezelf-zo-zijn, zo noemt hij dat. Wie daarnaar
probeert te leven, zal niemand kwaad doen. Want hij heeft de haat en de liefde met elkaar verzoend
en omarmt alles wat er is, omdat hij daar zelf ook deel van uit maakt. Zonder onderscheid is alles van waarde.
Hij wijst niet meer, maar hij zwijgt.
Dat gaat mij nooit lukken. Maar ik ga wel mijn best doen!