Het einde van een
tijdperk
Ik weet nog als de dag van gisteren hoe ik in Eijsden, dat
gat in het afvoerputje van Nederland, naar de enige speelgoedwinkel van het
dorp toog om mezelf te vergapen aan alles wat ik niet kopen kon. Lego Star
Wars, en dan niet dat fantastisch mooie spul van tegenwoordig maar gewoon
dezelfde blokjes als altijd, nieuwe Playmobil sets met nog meer pistolen,
zwaarden of hellebaarden, en de collectie kleine soldaatjes, legers uit alle landen
die elkaar in mijn slaapkamer uitstekend naar het leven konden staan.
Ik zag mijzelf al zwemmen in al die weelde. Hoe vaak zou ik gedroomd
hebben dat ik alle Lego bezat, alle Playmobil, al het speelgoed dat ik wilde? Mevrouw
Partouns, de in mijn herinnering immens dikke eigenaresse, hield dat hoogblonde
jongetje ondertussen goed in de gaten, want ook hij was wel eens met een doosje
van het een of ander onder de jas naar buiten geglipt.
Soms had ik een beetje geld en kon ik iets kopen. Dan voerde
ik dezelfde inwendige strijd die mijn dochters tot voor kort voerden. Wat moet je
in vredesnaam kiezen als je alles wil hebben? Het zijn momenten die een kinderleven
voorgoed kunnen ruïneren. Dat je na lang wikken en wegen gaat voor die Playmobil
ridders te paard en eenmaal thuis tot de conclusie komt dat je toch liever de Lego
Ewok set had gewild. Daar zit je dan met je hagelnieuwe speelgoeddoos, gedesillusioneerd
tot op het bot.
Mijn dochters gingen graag naar de Intertoys. Het moet een
walhalla voor hen geweest zijn. De talloze plastic poppetjes waren hun
favoriet. Lolsurprise, Lost Kitties, Hatchimals, Pinnipoms, weet ik hoe het
allemaal heet (ja, dat weet ik dus). Inmiddels zijn hun kamers tot aan de nok toe
gevuld met speelgoed. En daar komt nu een einde aan. Want ook in Nijmegen gaat
de Intertoys op slot. Toen mijn jongste de schreeuwende faillissementsposters
zag hangen, moest ze een traantje laten. Niet langer kon ze zomaar naar binnen
rennen en zich vergapen aan al dat speelgoed. Niet langer kon ze net zolang bij
papa zeuren, totdat hij zwichtte en een prul voor haar kocht. Het was alsof het
tijdperk van haar jeugd werd afgesloten. En dat al op haar achtste.
Maar stiekem ben er ik eigenlijk helemaal niet rouwig om. Ik
vond de Intertoys een onoverzichtelijke, lelijk aangeklede, weinig behulpzame
winkel vol plastic troep uit China, die maar één doel diende: zoveel mogelijk
geld uit de zak kloppen van kinderen en ouders. Het was de tempel van de
consument, gespeend van enig moreel besef, en zo duur dat de mensen het speelgoed
elders gingen halen en daarmee de keten eigenhandig de nek omdraaiden. Veel
fraaier kan de slang van de marktwerking zich niet in zijn eigen staart bijten.
Dus probeer ik de tranen van mijn dochter te vergeten en
mijn eigen nostalgisch sentiment een plaatsje te geven. Want de sluiting van de
Intertoys zou wel eens een zegen kunnen zijn. Een einde aan het gemak waarmee kinderen
voor een paar euro plastic zooi kunnen kopen. Nu zullen ze moeten sparen voor
een serieus stukje speelgoed, dat trouwens verkocht wordt in de enige
speelgoedwinkel die Nijmegen straks nog rijk is. Een rustige, fijne winkel die vooral
duurzaam, veelal houten speelgoed
verkoopt. Wat wil een ouder nog meer? Bedankt, Intertoys!