Jaloers ben ik op mensen die maandagochtend met een
glimlach opstaan en fluitend naar hun werk vertrekken. Niet dat ik mijn vrije
maandag niet koester, integendeel. Maar mijn ochtendhumeur is niet geschikt
voor de moderne maatschappij.
De ellende begint zodra ik op de fiets stap om mijn
dochters naar school te brengen. Een verse deken van uitlaatgassen beneemt mij
na honderd meter fietsen de adem, en dan moet ik de berg nog op, laverend
tussen het jagende verkeer en haastig geparkeerde bolides.
Op de weg terug naar huis word ik met een beetje mazzel
getrakteerd op een slaperige chauffeur die midden op de oversteekplek moet
stoppen, omdat het stoplicht verderop op rood springt. Vanochtend mochten wij fietsers
en voetgangers ons weer in allerlei bochten wringen om de overkant van de doorgaande
weg te bereiken.
Nou mag iedereen van mij wel eens onnadenkend zijn, zeker
op de maandagochtend, maar als ik dan op je af kom fietsen en je aankijk, met
of zonder vragend gebaar, heb dan op z’n minst het fatsoen om mijn blik te
beantwoorden en sorry te zeggen.
Maar nee. Deze meneer, een kerel van mijn leeftijd (maar dan zonder jeugdig elan), schudde slechts zijn hoofd, alsof hij het ook niet kon helpen dat hij niet op zat te letten. Dat hij überhaupt reageerde was al heel wat, want de meeste chauffeurs negeren het gesticulerende voetvolk staalhard. Bij dat soort automobilisten kan ik het niet nalaten om het plaatwerk van hun auto aan een kleine manuele test te onderwerpen.
Maar nee. Deze meneer, een kerel van mijn leeftijd (maar dan zonder jeugdig elan), schudde slechts zijn hoofd, alsof hij het ook niet kon helpen dat hij niet op zat te letten. Dat hij überhaupt reageerde was al heel wat, want de meeste chauffeurs negeren het gesticulerende voetvolk staalhard. Bij dat soort automobilisten kan ik het niet nalaten om het plaatwerk van hun auto aan een kleine manuele test te onderwerpen.
Toch denk ik dat het gros van deze mensen in het
dagelijkse leven normale, brave burgers zijn. Dit zijn niet de types die met een
winkelkarretje het gangpad blokkeren, die niet opkijken van hun mobieltje als ik tegen hen praat, die mij in de rij bij de bakker voortdurend in mijn rug duwen of met een noodgang
de hele rij passeren. Dit zijn niet de mensen die bij elke stap een scheet laten of een middelvinger opsteken als ik hen wijs op hun onhandigheid.
Maar achter het stuur van het metalen monster veranderen ze
in egoïstische, zichzelf overschattende lelijkerds. Ze wanen zich onkwetsbaar, hun empathie
voor de medemens wordt door paardenkrachten overstemd en de communicatie via
pedalen en een claxon tot het minimum beperkt. Elke chauffeur waant zich een koning
in zijn eigen blikken domein. Zelfs in de file.
Ik ben er klaar mee. Ik wens niet langer lastig gevallen te worden door stank en asociaal gedrag. Het autogebruik
dient drastisch te worden terug gedrongen. Hiertoe heb ik een even simpele als doeltreffende technische modificatie
bedacht: de inlaatpijp. Het
idee is dat de uitlaat verlegd wordt van buiten naar binnen, zodat de
kwalijke dampen via de cabine naar buiten worden afgevoerd. De
uitlaatgassen worden zogezegd inlaatgassen. Gegarandeerd succes. Ik heb ooit een
auto gehad die als gevolg van ernstige roest in no time blauw stond en ik kan u verzekeren dat het rijplezier daarmee volledig teniet wordt gedaan.
Natuurlijk snap ik ook wel dat sommige mensen afhankelijk zijn van hun auto en ik wil best een schakelaar overwegen die na tien kilometer de inlaatgassen alsnog buitenom afvoert, maar ik durf te stellen dat zeker de helft van het
huidige personenvervoer net zo goed per openbaar vervoer, fiets of benenwagen kan geschieden.
Bedenk daarbij dat er in het verkeer zeshonderd doden per jaar vallen, dat het verkeer
verantwoordelijk is voor een kwart van onze luchtvervuiling, dat er woestijnoorlogen
gevoerd worden om de olie en dat mijn ochtendhumeur er danig onder lijdt. Welk weldenkend mens kan dan nog bezwaar maken tegen de inlaatpijp? Ik meld me weer als de crowdfunding van start gaat!