vrijdag 18 maart 2011

Libie

En opnieuw wordt, onder het mom van de bescherming van de mensenrechten, de souvereiniteit van een staat flagrant geschonden. Ditmaal is kolonel Khadaffi de pineut. Hij zal wel raar opkijken; de ene dag word je met alle égards ontvangen, de andere dag als een ketter afgeserveerd. En dat terwijl zijn regime al decadenlang even gruwelijk is.

Het laat zich gemakkelijk raden waarom het Westen wil interveniëren in Libie. Olie. Libie is rijk aan olie en olie is de brandstof van onze transporteconomie. Een volksopstand drijft de prijs op en maakt de levering onzeker, voldoende reden om de Navo eropaf te sturen.
Laten we voorop stellen dat het hier een binnenlands conflict betreft en dat het buitenland volgens internationale wetten geen recht heeft om zich daarmee te bemoeien. Souvereiniteit van een land is een groot goed. Het weerhoudt ons ervan om een regering in België af te dwingen en het heeft Amerika ervan weerhouden om de rest van de wereld op imperialistische wijze te kolonialiseren.
De VN moet dus wel een hele goede reden hebben om soldaten naar Libië te sturen. Nu zijn de meeste internationale vredesmachten precies dat: een vredesmacht. Een leger dat geen kant kiest, maar de beide kampen uit elkaar probeert te houden om de burgerbevolking te beschermen.
Maar in Libië kiest de VN zonder blikken of blozen partij. Khadaffi moet weg, one way or the other. En daarmee wordt dit militair ingrijpen niet meer of minder dan een invasie, een aanval van buitenaf, met de VN als agressor.
Een oorlogsverklaring aan Khadaffi. De VN, ooit opgericht om wereldvrede na te streven, is verworden tot een oorlogsmachine. Irak, Afghanistan, Libië; elk land met olie zal er uiteindelijk aan moeten geloven.
En Nederland doet vrolijk mee. Van enig moreel besef is hier al jaren geen sprake meer, getuige ook de malafide steun die de regering aan eerder genoemde oorlogen verleende. Dat Groen Links, mijn partij, onlangs een nieuwe missie in Afghanistan aan een meerderheid hielp, kostte hen bijna mijn lidmaatschap. Van een oppositiepartij hoef je tenslotte niet te verwachten dat ze meedansen naar de pijpen van de industrie.
Want de regering kan weinig anders. Shell heeft immers grote belangen in Libië. Recent heeft baas van der Veer daar nog persoonlijk een overeenkomst over de exploitatie van enorm gasveld gesloten. De slavernij mag dan afgeschaft zijn; de westerse industrie kolonialiseert er nog even lustig op los als in de tijden van de VOC. En zodra hun belangen in het geding komen, treedt de politiek op als intevrentiemacht.
En ergens begrijp ik het systeem ook wel, met onze afhankelijkheid van de grote bedrijven en van Amerika. Maar wees dan, als minister president, op zijn minst zo eerlijk om dat toe te geven. Zeg gewoon dat je naar Afghanistan gaat omdat je een wit voetje wilt halen bij Amerika. Zeg gewoon dat je de VN-resolutie Libië steunt omdat Shell daar gas en olie wint. Dan weten we tenminste waar we over praten.
Maar in plaats daarvan wordt een nobel streven als de rechten van de mens misbruikt om militair ingrijpen te rechtvaardigen. Vrede als excuus voor oorlog en oorlog als instrument voor welvaart. Wordt het ooit anders?