Alexander
7-7-1968 17-11-2010
Gek genoeg sta je als broer nooit zo stil bij wat voor bijzonder mens je broer eigenlijk is. Ik ken hem al mijn hele leven en voor mij was Alex Alexander, mijn grote broer, met wie ik een warme en vanzelfsprekende bloedband deelde.
Maar hij was natuurlijk veel meer dan dat.
Hoezeer mensen ook van elkaar mogen verschillen, bij een ander zoek je toch naar een stukje van jezelf. En als de optelsom van al die stukjes iemand maken tot wie hij is, dan zal dat zijn hoe ik Alex zal blijven herinneren.
Tijdens een van zijn laatste kuren vroeg ik hem of hij het niet raar vond, onwerkelijk, om zo als een kankerpatiƫnt met een infuuspaal aan zijn zijde over de gang van afdeling A5 te lopen.
Nee, antwoordde hij, dit is wat ik nu moet doen. Het is net als toen ik naar school ging en me ook niet afvroeg waarom ik moest gaan. Ik ging gewoon.
Zo was Alex. Hij nam het leven zoals het kwam en maakte er samen met de mensen om hem heen het beste van, iets waar hij bijzonder goed in slaagde.
Met die instelling trad hij ook zijn ziekte tegemoet, toen in de zomer bleek dat deze in een agressieve en moeilijk behandelbare vorm was veranderd.
Als ik het niet ga redden, zei hij, dan heb ik daar vrede mee. Want ik kijk met veel voldoening terug op het rijke leven dat mij is gegund.
En als we daarna samen huilden om de onzekerheid van de toekomst, dan was hij de eerste die zijn tranen droogde en met een troostend woord een arm om me heen sloeg.
Zo was Alex. Een zachtmoedig mens met een groot hart.
Hij was zich er terdege van bewust dat de weg naar genezing lang en zwaar zou worden. Vechtend en zwoegend heeft hij die berg beklommen, helemaal tot aan de top. Maar eenmaal boven, bleek er geen weg meer terug.
Gestorven in het harnas.
Partir, c'est mourir un peu, mais mourir, c'est partir beaucoup.
Helaas heeft Alex niet meer de kans gekregen om van iedereen afscheid te nemen. Daarom wil ik vandaag namens mijn broer tegen alle mensen, die zoveel voor hem betekend hebben, zeggen: dank jullie wel.
Lieve broer, het ga je goed.
Maar hij was natuurlijk veel meer dan dat.
Hoezeer mensen ook van elkaar mogen verschillen, bij een ander zoek je toch naar een stukje van jezelf. En als de optelsom van al die stukjes iemand maken tot wie hij is, dan zal dat zijn hoe ik Alex zal blijven herinneren.
Tijdens een van zijn laatste kuren vroeg ik hem of hij het niet raar vond, onwerkelijk, om zo als een kankerpatiƫnt met een infuuspaal aan zijn zijde over de gang van afdeling A5 te lopen.
Nee, antwoordde hij, dit is wat ik nu moet doen. Het is net als toen ik naar school ging en me ook niet afvroeg waarom ik moest gaan. Ik ging gewoon.
Zo was Alex. Hij nam het leven zoals het kwam en maakte er samen met de mensen om hem heen het beste van, iets waar hij bijzonder goed in slaagde.
Met die instelling trad hij ook zijn ziekte tegemoet, toen in de zomer bleek dat deze in een agressieve en moeilijk behandelbare vorm was veranderd.
Als ik het niet ga redden, zei hij, dan heb ik daar vrede mee. Want ik kijk met veel voldoening terug op het rijke leven dat mij is gegund.
En als we daarna samen huilden om de onzekerheid van de toekomst, dan was hij de eerste die zijn tranen droogde en met een troostend woord een arm om me heen sloeg.
Zo was Alex. Een zachtmoedig mens met een groot hart.
Hij was zich er terdege van bewust dat de weg naar genezing lang en zwaar zou worden. Vechtend en zwoegend heeft hij die berg beklommen, helemaal tot aan de top. Maar eenmaal boven, bleek er geen weg meer terug.
Gestorven in het harnas.
Partir, c'est mourir un peu, mais mourir, c'est partir beaucoup.
Helaas heeft Alex niet meer de kans gekregen om van iedereen afscheid te nemen. Daarom wil ik vandaag namens mijn broer tegen alle mensen, die zoveel voor hem betekend hebben, zeggen: dank jullie wel.
Lieve broer, het ga je goed.