Voor de Darwinisten onder jullie:
De Darwin-Paradox.
Stel, organismen veranderen voortdurend. We noemen dit evolutie.
Evolutie wordt enerzijds bepaald door de gebeurtenissen in de omgeving, anderzijds door de reactie van het organisme op de veranderende omgeving.
Een meteoriet-inslag is bijvoorbeeld een verandering die nogal wat impact heeft op het voortbestaan van soorten. Maar de soorten die het overleefd hebben, gaan zich vervolgens beetje bij beetje aanpassen aan hun nieuwe omgeving. Met als doel: overleving.
De survival of the fittest, de natuurlijke selectie, het best aangepaste organisme aan zijn omgeving. Noem het hoe je het noemen wil en laat een morele of ethisch beschouwing over die terminologie even buiten de deur.
De paradox is deze.
De veranderingen binnen een soort zijn een reactie op de veranderingen van de omgeving.
Maar deze omgeving verandert zelf ook voortdurend. Gelukkig maar, anders waren we snel klaar met de evolutie.
Maar daarmee is iedere verandering binnen de soort bij voorbaat mosterd na de maaltijd. Het is immers een reactie op een omgevingstoestand (of trend, op welke tijdsschaal dan ook) op een bepaald moment (periode, etc.). Maar die omgevingstoestand zelf verandert net zo hard en dus loopt de soort altijd achter de feiten aan.
Het is als een auto die een bocht instuurt, terwijl de weg al weer bij het rechte stuk is.
Het is als een wortel, gespannen voor een paard. Lopen tot je erbij neervalt, maar komen doe je er niet.
Zou ‘de natuur’ werkelijk zo dom (onhandig, onnozel, onlogisch, onjuist, geef het je eigen smaak) zijn?
Kunnen we geen beter mechanisme bedenken dan dat wij organismen zijn die altijd te laat komen?
Jawel hoor. Maar dat is voor de volgende keer.
maandag 7 september 2009
Abonneren op:
Reacties (Atom)