Even als tussendoortje, en om zo snel mogelijk een einde te maken aan de oervervelende discussie over vrijheid van meningsuiting (zie vorige blog en no offense, Blattellus), een toptientje.
De vuilste huichelaars van het moment (in willekeurige volgorde):
Advocaat Bram Moskowicz. Trekt eerst ten strijde tegen kamerlid van Bommel omdat deze zich tijdens een anti-Israël demonstratie niet voldoende van haatzaaiende leuzen zou hebben distantiëerd. Werpt zich vervolgens op als verdediger van de man die zich de koning van de vrijheid van haatzaaiende meningsuiting mag noemen.
De Amerikaanse zwembond. Nadat hun boegbeeld Michael Phelps met een waterpijp in zijn mond is betrapt, schorst de bond het zwemwonder voor drie maanden. Niet vanwege de drugs, zo zegt de bond, maar vanwege het slechte voorbeeld dat hij aan de jeugd geeft. Alsof het winnen van een recordaantal gouden medailles op de Olympische Spelen nog niet voldoende is.
Balkenende c.s. Er is inmiddels voldoende verdacht materiaal om een parlementaire enquete over de steun aan de oorlog in Irak te beginnen – zo ongeveer alle andere participerende landen, inclusief de instigators, hebben dit al gedaan. Maar nee, volgens de heren van de Christelijke partijen is er niks onvolkomens gepasseerd en kunnen we volstaan met een statusloos onderzoek achter gesloten deuren. Reken maar dat er na dit onderzoek alsnog een parlementaire enquete komt. Maar dan heeft Balkende z’n termijn al afgemaakt. Eindelijk.
BMW, Volvo en Saab. De auto-industrie doet zijn uiterste best om de dikke patserbakken als milieuvriendelijke wagens te promoten. BMW noemt zichzelf het groenste jongentje van de klas en Saab introduceert binnenkort vol trots een hybride SUV. Ik heb nieuws voor ze: een auto die 1:10 rijdt (en dat is inclusief de elektrische aandrijving) is per definitie niet milieuvriendelijk.
Kluun. Omdat hij zo graag zijn imago van een losbandige, sexistische, moderne man verkoopt en dat rijmt niet helemaal met de wekelijkse column die hij in de, of all magazines, Libelle verzorgt. Voor sommige schrijvers is het helaas te gemakkelijk geld verdienen. Ik ben haast jaloers.
De inauguratie van Obama. De blanke dominee van de eerste preek had zijn mond vol van vrijheid, gelijkheid en barmhartigheid naar God. Diezelfde dominee was tijdens de verkiezingen een fel en openbaar tegenstander van het homohuwelijk in California, waar een referendum over werd gehouden. Hoezo vrijheid en gelijkheid? Gelukkig maakte de tweede dominee het weer goed met een geweldige speech.
De paus. Het is haast onwerkelijk dat een bisschop de holocaust publiekelijk kan ontkennen en niet per direct uit zijn ambt wordt gezet. Ik vermoed overigens dat de hele affaire een vakkundig staaltje PR is, anders ga je niet zo weloverwogen op televisie de gaskamers in twijfel trekken.
Ikzelf. Omdat ik zo goed weet wat er beter kan in deze wereld, maar er zo verrekte weinig aan doe.
De bankiers. Dat ze, ondanks alles, toch gewoon doorgaan met elkander dikke bonussen toebedelen. Het verschil tussen bedélen en bédelen zit 'm blijkbaar alleen in de klemtoon.
RWE. Dit Duitse concern koopt een belangrijk deel van onze energievoorziening op en daarmee raken we de controle over onze stroom langzaam kwijt. RWE is het meest vervuilende energieconcern van Europa en binnenkort doet u daar dus aan mee. Gelukkig was RWE slim genoeg om van te voren een geslepen PR campagne te houden: sponsoring van de zondagavond-bord-op-schoot uitzending van Studio Sport. Dan moet het wel een goed bedrijf zijn.
8 Februari - goh, dit is lekker makkelijk. Ik ga er gewoon nog ff mee door :).
Ronald Koeman. Die wil nu wel weer trainer worden van PSV. Toch sympathiek van hem, nu hij zonder werk zit.
Silvio Berlusconi. Sluit naadloos aan in de rij irritante kleine mannetjes met te veel macht. Heeft al eerder een wet ingevoerd die hem immuun maakt tegen vervolging voor al zijn vroegere zonden. Presteert het nu om over een vrouw die al 17 jaar als plantje wegkwijnt te beweren dat ze nog wakker kan worden en zelfs kinderen kan krijgen.
zaterdag 7 februari 2009
vrijdag 6 februari 2009
Vrijheid van meningsuiting
Hoe lang nog laten wij de vrijheid van meningsuiting gijzelen door rechtse populisten? Zo langzamerhand wordt het een besmet onderwerp; nog even en de burger zal zich vol afkeer afwenden van het hele concept. En terecht, want de huidige politieke discussie is er eentje die de grenzen van infantiliteit angstvallig dicht nadert.
Laten we voorop stellen dat wanneer je het over een fundamenteel onderwerp hebt, zoals de vrijheid van meningsuiting, godsdienst of partnerkeuze, je zuiver en consequent moet redeneren. Laten we eveneens aannemen dat wij uitgaan van de vrijheid van het individu, zoals vastgelegd in de verklaring van de rechten van de mens.
“Je moeder is een hoer,” “Joden aan het gas,” De koran is mein kampf.” Drie maal een vrije uiting van een mening. Het is voor het debat van eminent belang dat iedereen het met mij eens is dat er tussen bovenstaande drie zinnen feitelijk geen verschil bestaat. Ze zijn alle drie kwetsend voor een persoon of een bevolkingsgroep.
De centrale vraag in de discussie is of iemand een dergelijke kwetsende mening mag uiten. Maar deze vraag kan helemaal niet ter discussie staan. Immers, als je het begrip ‘vrijheid’ consequent wilt gebruiken, dan moet je accepteren dat er niet aan getornd kan worden. Vrijheid laat geen ruimte voor beperking. Iedere restrictie betekent het einde ervan.
Daarom is het antwoord op die vraag een onvoorwaardelijk ‘JA’. Ja, je mag een kwetsende mening uiten. Op het moment dat je als maatschappij, regering of wetgever, hieraan beperkingen gaat opleggen, zet je een eerste stap richting het fascisme. Immers, waar ligt de grens, en wie bepaalt dat? Voor je het weet word je zelf de mond gesnoerd. De grens aan vrijheid is geen rekbaar begrip.
En dat is precies de reden waarom we in een rechtstaat leven. In een rechtstaat heeft namelijk eenieder die zich gekwetst voelt door een ander het recht de ander daarop aan te spreken. Het is dan aan de rechter om te bepalen of er een wettelijke of maatschappelijke grens is overschreden.
Met andere woorden: je bent vrij om te doen en te spreken, maar er zijn wettelijke en maatschappelijke kaders waarvan verwacht wordt dat je ze respecteert. Vrijheid van meningsuiting ontslaat niemand van die burgerplicht. Je mag zeggen wat je wil, maar je bent wel verantwoordelijk voor je woorden, net zozeer als voor je daden. Je moet vervolgens niet gaan zeuren wanneer je op die verantwoordelijkheid wordt aangesproken.
De discussie over het gedrag van Geert Wilders gaat dus niet zozeer over het recht op vrije meningsuiting, maar des te meer over het fatsoen en respect dat een burger, en in dit geval een lid van de Tweede Kamer, op zou moeten brengen. Geert Wilders mag roepen wat hij wil, dat is zijn recht. En net zozeer heeft Gerard Spong, of ieder ander, het recht om Wilders daarop aan te spreken. Het is aan de rechter, en aan niemand anders, om te bepalen of Wilders over de schreef is gegaan.
Dat je ondertussen zou je moeten proberen om zo iemand op andere gedachten te brengen, spreekt voor zich. Niet tornen aan diens vrijheid, maar tornen aan diens mening.
Voìla, mijn standpunt. Ik zal afzien van een beschouwing over de relativiteit van vrijheid. Ik zal niet spotten met de mening van de meerderheid die eigenlijk geen mening heeft, of een kwinkslag maken over de wijze waarop de gemiddelde burger zijn zogenaamde mening uit. Daarvoor is het onderwerp te belangrijk. Geef mij maar gewoon gelijk, dan hebben we het er verder niet meer over.
Laten we voorop stellen dat wanneer je het over een fundamenteel onderwerp hebt, zoals de vrijheid van meningsuiting, godsdienst of partnerkeuze, je zuiver en consequent moet redeneren. Laten we eveneens aannemen dat wij uitgaan van de vrijheid van het individu, zoals vastgelegd in de verklaring van de rechten van de mens.
“Je moeder is een hoer,” “Joden aan het gas,” De koran is mein kampf.” Drie maal een vrije uiting van een mening. Het is voor het debat van eminent belang dat iedereen het met mij eens is dat er tussen bovenstaande drie zinnen feitelijk geen verschil bestaat. Ze zijn alle drie kwetsend voor een persoon of een bevolkingsgroep.
De centrale vraag in de discussie is of iemand een dergelijke kwetsende mening mag uiten. Maar deze vraag kan helemaal niet ter discussie staan. Immers, als je het begrip ‘vrijheid’ consequent wilt gebruiken, dan moet je accepteren dat er niet aan getornd kan worden. Vrijheid laat geen ruimte voor beperking. Iedere restrictie betekent het einde ervan.
Daarom is het antwoord op die vraag een onvoorwaardelijk ‘JA’. Ja, je mag een kwetsende mening uiten. Op het moment dat je als maatschappij, regering of wetgever, hieraan beperkingen gaat opleggen, zet je een eerste stap richting het fascisme. Immers, waar ligt de grens, en wie bepaalt dat? Voor je het weet word je zelf de mond gesnoerd. De grens aan vrijheid is geen rekbaar begrip.
En dat is precies de reden waarom we in een rechtstaat leven. In een rechtstaat heeft namelijk eenieder die zich gekwetst voelt door een ander het recht de ander daarop aan te spreken. Het is dan aan de rechter om te bepalen of er een wettelijke of maatschappelijke grens is overschreden.
Met andere woorden: je bent vrij om te doen en te spreken, maar er zijn wettelijke en maatschappelijke kaders waarvan verwacht wordt dat je ze respecteert. Vrijheid van meningsuiting ontslaat niemand van die burgerplicht. Je mag zeggen wat je wil, maar je bent wel verantwoordelijk voor je woorden, net zozeer als voor je daden. Je moet vervolgens niet gaan zeuren wanneer je op die verantwoordelijkheid wordt aangesproken.
De discussie over het gedrag van Geert Wilders gaat dus niet zozeer over het recht op vrije meningsuiting, maar des te meer over het fatsoen en respect dat een burger, en in dit geval een lid van de Tweede Kamer, op zou moeten brengen. Geert Wilders mag roepen wat hij wil, dat is zijn recht. En net zozeer heeft Gerard Spong, of ieder ander, het recht om Wilders daarop aan te spreken. Het is aan de rechter, en aan niemand anders, om te bepalen of Wilders over de schreef is gegaan.
Dat je ondertussen zou je moeten proberen om zo iemand op andere gedachten te brengen, spreekt voor zich. Niet tornen aan diens vrijheid, maar tornen aan diens mening.
Voìla, mijn standpunt. Ik zal afzien van een beschouwing over de relativiteit van vrijheid. Ik zal niet spotten met de mening van de meerderheid die eigenlijk geen mening heeft, of een kwinkslag maken over de wijze waarop de gemiddelde burger zijn zogenaamde mening uit. Daarvoor is het onderwerp te belangrijk. Geef mij maar gewoon gelijk, dan hebben we het er verder niet meer over.
Abonneren op:
Reacties (Atom)