dinsdag 15 juli 2008

Auto ellende

Gister was het weer raak. Een jonge automobilist heeft een meisje van zeventien dood gereden. Met veel te hoge snelheid probeerde de twintigjarige chauffeur een flauwe bocht op Texel te nemen. De beschonken toestand waarin hij zich bevond bleek niet bevorderlijk voor zijn stuurmanschap. Twee meisjes, nietsvermoedend op de fiets na een avondje stappen, werden frontaal geschept en belandden in een weiland verderop. Eén van hen was vrijwel op slag dood.

Het zal je dochter maar zijn.

De jongeman reed vervolgens door. Even verderop besloot hij te keren. Waarschijnlijk toch de verkeerde afslag genomen. Opnieuw reed hij langs de plek des onheils. Daar probeerden enkele onthutste omstanders hem tot stoppen te dwingen maar zij moesten springen voor hun leven.

Als in het godverlaten Uruzgan een militair sneuvelt als gevolg van vijandelijk (of vriendelijk) vuur, zien we twee uur later een minister en een generaal diep bedroefd aan de persconferentietafel. De lijkkist krijgt een ontvangst alsof er een staatshoofd op bezoek komt. Maar het doodgereden Texelse meisje wordt afgeserveerd als dagelijkse kost. Ik probeerde vandaag de teletekstpagina van het verkeersongeval terug te vinden. Die bleek al verwijderd. Oud nieuws. Er vallen tenslotte in het verkeer vijfhonderd doden per jaar en daarmee is dat geen nieuws meer. Het zijn er wel een stuk meer dan in Uruzgan.

Hoe lang accepteren we eigenlijk nog dat dronken mensen onze kinderen overhoop rijden? Een alcoholslot is al op de markt verkrijgbaar, een keertje blazen voordat de auto start, of niet. Snelheidsbegrenzers zijn er ook, koppel ze aan het GPS-systeem en een klok en voilá, functionele variabele snelheid. En zo’n jongen, die hoort tien jaar cel en een levenslang rij- én alcoholverbod te krijgen.

Maar het is vloeken in de kerk als je aan onze auto komt. De auto is immers het moderne symbool van onze vrijheid, het paard van de lonesome cowboy, het schip van Abel Tasman. De mythe van die autovrijheid wordt er iedere dag door het machtige reclameapparaat van de autoindustrie ingeramt. Dat is zo effectief dat inmiddels een heleboel mensen een file als moment van ontspanning ervaren. Lekker met z’n duizenden in een koekblik op het dampende asfalt. Lekker vrij ook, in een wolk van uitlaatgassen en lawaai, tussen bedrijvenparken en geluidsschermen. Maar dan wel in een auto die je zèlf hebt gekozen. Kijk, dat is nog eens vrijheid.

Iedere idioot met een zak geld koopt tegenwoordig een slurpende en vervuilende terreinwagen, waarvan de banden nooit het asfalt zullen verlaten en de vierwielaandrijving vooral tot doel heeft de ietwat overjarige bestuurder nog ergens het idee te geven dat hij een man is. Want echte kerels, die doen het met een vier keer vier. Ook in de file.

En zo vliegen auto’s die zelfs wanneer ze stilstaan één op zes rijden als warme broodjes over de toonbank terwijl ondertussen klimaatdeskundigen over elkaar heen rollen met slechts nieuws en pessimistische vooruitzichten.

Het is overigens niet dat er geen schonere auto’s gemaakt kunnen worden. Auto’s met zonnecellen of waterstofaccu’s bijvoorbeeld, of auto’s die één op dertig rijden en altijd onder de tweeduizend toeren draaien. Natuurlijk wel, dat kan al lang. Maar wij, wij automobilisten, wij willen graag van nul naar honderd binnen tien seconden. Wij willen graag de illusie dat we, als het echt moet, ergens op een afgelegen strook Autobahn de tweehonderd per uur aan kunnen tikken. Als het echt moet.

Gelukkig is er hoop. De anti-auto-revolutie zou wel eens dichterbij kunnen zijn dan ik denk. General Motors heeft de Hummer, het meest treffende symbool van de onbegrensde spilzucht van de mens, uit produktie genomen.

De echte ommekeer komt wanneer de benzine onbetaalbaar is geworden. Wanneer de mensen zich eindelijk gaan realiseren dat de heilige marktwerking hen al die tijd voor de gek heeft gehouden. Want bedenk u wel, voor iedere liter benzine die een ander onnodig verbruikt, moet ook ù aan de pomp meer betalen. De vraag wordt door de massa bepaald, de prijs door hen betaald. En wanneer de massa dat principe in de gaten krijgt, kunnen de verspillers onder ons zich maar beter uit de voeten maken. Het zal nog een hele klus worden om ze te pakken te krijgen. Die jongens met hun snelle terreinwagens.

dinsdag 1 juli 2008

RSI

Mijn brein brokkelt langzaam af als gevolg van een chronisch slaaptekort en een overmaat aan onbegrijpelijke decibellen. Natuurlijk geniet ik van de unieke momenten die mijn dochter me geeft; de gekke bekken die ze trekt, de schoonheid in haar slapende gezicht, de geur van haar gele mosterdpoep. Maar voor een man die zijn eigen bewegingsvrijheid hoog in het vaandel heeft staan en gezegend is met een lage frustratie-tolerantie drempel, zijn de eerste babyweken behoorlijk afzien. Ik hou me maar vast aan de woorden van mijn vele voorgangers. "Het wordt straks allemaal beter," vertellen ze me met een blik in hun ogen die me doet vermoeden dat ze net terug zijn van de loopgraven van Verdun.
Niet alleen mijn neuronen kraken onder de nimmer aflatende papadruk, ook mijn fysiek gestel is het aan het begeven. En ik was al niet gezegend met de Hummer onder de lijven. Meestal merk ik stress als eerste aan mijn onderarmen. Mijn polsen gaan pijn doen, of het gewricht van mijn duimmuis, of de strekspieren van de vingers. Nu zijn mijn ellebogen aan de beurt. U kent het wel, een zeurende pijn die scherp toeslaat bij zware belasting. Zo'n plek waarover je de hele dag aan het wrijven bent zonder dat je je vinger er precies op kan leggen. Zo eentje heb ik nu.
Vroeger dacht men dat overbelasting de oorzaak was van dergelijke zeurende armpijnen. In mijn geval zou het bijvoorbeeld geluxeerd kunnen zijn door overmatig luierwisselwerk. Maar zoals zo vaak verandert het medisch inzicht sneller dan de klacht. De term RSI (repetitive, het woord zegt het al) is uit den boze en vervangen door CANS (complaints of arm, neck and shoulder), waarmee de vereniging voor vuurwerkslachtoffers is handreiking werd gegeven.
Deze week promoveert iemand op een onderzoek waarin hij tweeduizend kantoorarbeiders gedurende twee jaar iedere drie maanden een vragenlijst heeft laten invullen terwijl een stukje software ondertussen bijhield hoeveel uren de buroslaven naar hun monitor staarden. Je kan natuurlijk je vraagtekens zetten bij het gebruik van vragenlijsten, notoir onbetrouwbaar en afhankelijk van het humeur van de respondant, maar dit zijn indrukwekkende aantallen.
De conclusie van het onderzoek? Er bestaat geen verband tussen de duur van het computergebruik en CANS. Daar ga je met je muisarm en je ergonomisch verantwoord toetsenbord. Wél van slechte invloed zijn het gelijktijdig gebruik van de telefoon en de computer. Zeg dus maar dag tegen je mobieltje als je van je RSI af wilt. En ook van slechte invloed: een overmatige toewijding aan werk! Plus doorwerken tijdens lunchpauzes! Dit mogen gerust een baanbrekende resultaten genoemd worden.
Eindelijk is het bewezen: hard werken is ongezond. Ik roep het al jaren maar het is vechten tegen een diepgeworteld economisch dogma. Maar nu kan niemand meer om mijn werkadvies heen. Zorg goed voor u zelf! Wees niet te streng met uw werktijden, surf af en toe naar marktplaats.nl of hyves en neem vooral de tijd om uitgebreid te lunchen. Dan komt het allemaal goed.
Nu nog een manier vinden om deze kennis thuis te implementeren. Ik zal het er eens met Evi over hebben.