Gister was het weer raak. Een jonge automobilist heeft een meisje van zeventien dood gereden. Met veel te hoge snelheid probeerde de twintigjarige chauffeur een flauwe bocht op Texel te nemen. De beschonken toestand waarin hij zich bevond bleek niet bevorderlijk voor zijn stuurmanschap. Twee meisjes, nietsvermoedend op de fiets na een avondje stappen, werden frontaal geschept en belandden in een weiland verderop. Eén van hen was vrijwel op slag dood.
Het zal je dochter maar zijn.
De jongeman reed vervolgens door. Even verderop besloot hij te keren. Waarschijnlijk toch de verkeerde afslag genomen. Opnieuw reed hij langs de plek des onheils. Daar probeerden enkele onthutste omstanders hem tot stoppen te dwingen maar zij moesten springen voor hun leven.
Als in het godverlaten Uruzgan een militair sneuvelt als gevolg van vijandelijk (of vriendelijk) vuur, zien we twee uur later een minister en een generaal diep bedroefd aan de persconferentietafel. De lijkkist krijgt een ontvangst alsof er een staatshoofd op bezoek komt. Maar het doodgereden Texelse meisje wordt afgeserveerd als dagelijkse kost. Ik probeerde vandaag de teletekstpagina van het verkeersongeval terug te vinden. Die bleek al verwijderd. Oud nieuws. Er vallen tenslotte in het verkeer vijfhonderd doden per jaar en daarmee is dat geen nieuws meer. Het zijn er wel een stuk meer dan in Uruzgan.
Hoe lang accepteren we eigenlijk nog dat dronken mensen onze kinderen overhoop rijden? Een alcoholslot is al op de markt verkrijgbaar, een keertje blazen voordat de auto start, of niet. Snelheidsbegrenzers zijn er ook, koppel ze aan het GPS-systeem en een klok en voilá, functionele variabele snelheid. En zo’n jongen, die hoort tien jaar cel en een levenslang rij- én alcoholverbod te krijgen.
Maar het is vloeken in de kerk als je aan onze auto komt. De auto is immers het moderne symbool van onze vrijheid, het paard van de lonesome cowboy, het schip van Abel Tasman. De mythe van die autovrijheid wordt er iedere dag door het machtige reclameapparaat van de autoindustrie ingeramt. Dat is zo effectief dat inmiddels een heleboel mensen een file als moment van ontspanning ervaren. Lekker met z’n duizenden in een koekblik op het dampende asfalt. Lekker vrij ook, in een wolk van uitlaatgassen en lawaai, tussen bedrijvenparken en geluidsschermen. Maar dan wel in een auto die je zèlf hebt gekozen. Kijk, dat is nog eens vrijheid.
Iedere idioot met een zak geld koopt tegenwoordig een slurpende en vervuilende terreinwagen, waarvan de banden nooit het asfalt zullen verlaten en de vierwielaandrijving vooral tot doel heeft de ietwat overjarige bestuurder nog ergens het idee te geven dat hij een man is. Want echte kerels, die doen het met een vier keer vier. Ook in de file.
En zo vliegen auto’s die zelfs wanneer ze stilstaan één op zes rijden als warme broodjes over de toonbank terwijl ondertussen klimaatdeskundigen over elkaar heen rollen met slechts nieuws en pessimistische vooruitzichten.
Het is overigens niet dat er geen schonere auto’s gemaakt kunnen worden. Auto’s met zonnecellen of waterstofaccu’s bijvoorbeeld, of auto’s die één op dertig rijden en altijd onder de tweeduizend toeren draaien. Natuurlijk wel, dat kan al lang. Maar wij, wij automobilisten, wij willen graag van nul naar honderd binnen tien seconden. Wij willen graag de illusie dat we, als het echt moet, ergens op een afgelegen strook Autobahn de tweehonderd per uur aan kunnen tikken. Als het echt moet.
Gelukkig is er hoop. De anti-auto-revolutie zou wel eens dichterbij kunnen zijn dan ik denk. General Motors heeft de Hummer, het meest treffende symbool van de onbegrensde spilzucht van de mens, uit produktie genomen.
De echte ommekeer komt wanneer de benzine onbetaalbaar is geworden. Wanneer de mensen zich eindelijk gaan realiseren dat de heilige marktwerking hen al die tijd voor de gek heeft gehouden. Want bedenk u wel, voor iedere liter benzine die een ander onnodig verbruikt, moet ook ù aan de pomp meer betalen. De vraag wordt door de massa bepaald, de prijs door hen betaald. En wanneer de massa dat principe in de gaten krijgt, kunnen de verspillers onder ons zich maar beter uit de voeten maken. Het zal nog een hele klus worden om ze te pakken te krijgen. Die jongens met hun snelle terreinwagens.