Als in de beste jaren van Lubbers en Kok heeft Balkende ons land weer in een politieke komkommertijd bewogen. Het bewijs hiervoor werd geleverd tijdens de jaarlijkse mars van wansmakelijke hoofddeksels en de daaropvolgende twee dagen van debat.
Geert “Alle Marrokanen het land uit” Wilders herhaalde nog maar eens wat hij al ontelbare malen eerder had gezegd (namelijk dat alle Marrokanen het land uit moeten), One-issue diva Verdonk deed een poging haar straatje schoon te vegen, de pokdalige Marc Rutte probeerde ons er hartstochtelijk van te overtuigen dat we aan de rand van de (financiĆ«le) afgrond staan, en Agnes Kant demonstreerde dat ze in een debat nowhere near Marijnissen komt. De PvdA heb ik niet gezien, maar dat kan aan mij liggen. Met een baby en fles melk op schoot wil de aandacht wel eens verslappen.
In mijn ogen bleven alleen Halsema en Pechtold overeind. Halsema, omdat ze de enige was die het kabinet op enkele punten omarmde in plaats van overal alleen maar kritiek op te leveren; Pechtold, omdat ie de enige was die daadwerkelijk iets zinnigs zei.
En onze vrolijke vrind Jan Peter Balkenende stond achter het kanteel alsware thuis aan de koffietafel. Met kwinkslagen en soms scherpe interrupties verweerde hij zich moeiteloos tegen de voorspelbare tegenwerpingen van de oppositie.
Hun belangrijkste punt, behalve dat alle Marrokanen het land uit moeten, was dat een peiling had laten zien dat het vertrouwen van de bevolking in de regering tot 25% is gedaald. Men wilde graag weten wat de minister president daarvan vond, wat ie van plan was daar aan te doen, en of het zou het helpen als ie alle Marrokanen het land uit zou gooien.
De premier kaatste de bal terug met de opmerking dat het kabinet heel veel vertrouwen in de burgers heeft. Een meesterlijke zet. Fijntjes wees hij op de waslijst aan feiten die het kabinet in de afgelopen periode heeft bewerkstelligd. Meer werk, meer geld, meer veiligheid. Wat hij eigenlijk bedoelde te zeggen, maar onbesproken liet, was dat niet het kabinet maar de burgers aangesproken dienen te worden op een gebrek aan vertrouwen. Het gaat immers prima met het land, dus waar loopt iedereen nou eigenlijk zo over te zeuren. En daarmee maaide hij al het gras voor de oppositionele voeten weg. Want die zullen wel gek zijn voordat ze de burgers tegen zich in het harnas jagen. Er moeten immers stemmen worden gewonnen.
Zo kabbelt de Nederlandse politiek voort in de maalstroom van wereldse ellende. De gebruikelijke enquetes na de beschouwingen lieten overigens zien dat het vertrouwen in de overheid in Nederland hoger is dan in de meeste andere landen. Helaas bleek eveneens dat de haatzaaiende nonsens van Wilders hem een verdubbeling van het aantal zetels oplevert, voor wat zo'n peiling waard is. Het toont in ieder geval eens te meer dat er in dit land veel meer geld naar onderwijs moet gaan. Misschien toch maar D66 stemmen dan…
Geen opmerkingen:
Een reactie posten